ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5200
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Bax-Stegenga
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onroerend karakter houten kraam en toepassing huurbescherming bedrijfsruimte
In deze zaak stond centraal of een houten kraam op een marktplein als onroerend goed moet worden aangemerkt en of de huurbeschermingsregels voor bedrijfsruimte van toepassing zijn. De huurovereenkomst tussen partijen vermeldde dat de kraam door de huurder was geplaatst, maar uit bewijs bleek dat de kraam destijds door de oorspronkelijke eigenaar was geplaatst en al meer dan 25 jaar aanwezig was.
De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de kraam onroerend was en dat de artikelen 7A:1624 e.v. BW van toepassing waren. Het hof bevestigde dit oordeel, waarbij het belang van de duurzame bestemming en de zichtbaarheid van deze bestemming werden meegewogen. Hoewel het huurcontract bepaalde dat geen funderingen mochten worden aangebracht, achtte het hof het niet uitgesloten dat dit een constructie was om de wettelijke huurbescherming te omzeilen.
Verder werd vastgesteld dat de kraam was aangesloten op stroomvoorziening en mogelijk andere nutsvoorzieningen, wat wijst op een duurzame verbinding met de grond. Omdat de kraam deel uitmaakt van het gehuurde en er sprake is van bedrijfsruimte bestemd voor kleinhandelsbedrijf, concludeerde het hof dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was opgezegd volgens de wettelijke regels.
De grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de houten kraam onroerend is en de huurbeschermingsregels van toepassing zijn, en veroordeelt appellant in de kosten.