ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5528
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Dijkstra
- Kalsbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel WAHV wegens termijnoverschrijding
De betrokkene stelde verzet in tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het verzet niet-ontvankelijk omdat het verzetschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend.
In hoger beroep handhaafde het gerechtshof deze beslissing. Het hof oordeelde dat het verzetschrift, gedateerd 26 maart 2001, te laat was ingediend aangezien het dwangbevel op 19 februari 2001 was betekend en het verzet binnen twee weken na betekening moest worden ingediend conform art. 26, derde lid, WAHV.
Daarnaast stelde het hof dat ook bij eventuele verschoonbare termijnoverschrijding betrokkene niet ontvankelijk kon worden verklaard omdat hij niet voldeed aan de vereisten voor ontvankelijkheid, zoals het tijdig voldoen van griffierecht en het aanleveren van kopieën van het dwangbevel en betekeningsexploit, ondanks meerdere verzoeken van de griffier.
Het hof bevestigde daarmee de beschikking van de kantonrechter en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare zitting.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzet tegen het dwangbevel wegens termijnoverschrijding en niet-naleving van ontvankelijkheidseisen.