ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5793
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurwaardeforfait bij hypotheekvrije eigen woning in inkomstenbelasting 1999
De belanghebbende, eigenaar van een hypotheekvrije woning die als hoofdverblijf diende, werd voor 1999 aangeslagen op een belastbaar inkomen inclusief het huurwaardeforfait. Hij stelde dat dit forfait niet in aanmerking moest worden genomen omdat er geen hypothecaire schuld op de woning rustte.
Na behandeling van het beroep bij het gerechtshof Leeuwarden, waarbij de belanghebbende niet verscheen maar wel tijdig was uitgenodigd, werd het geschil beoordeeld aan de hand van artikel 42a, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit artikel bepaalt dat het forfait wordt berekend als 1,25% van de WOZ-waarde van de woning, ongeacht de aanwezigheid van een hypotheek.
Het hof oordeelde dat de stelling van de belanghebbende berustte op een onjuiste interpretatie van de wet en dat het forfait derhalve terecht in aanmerking is genomen. De aanslag werd gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1999 gehandhaafd inclusief het huurwaardeforfait.