ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6286

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
2 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 872/02
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Pruiksma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Wet waardering onroerende zakenArt. 26 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 6:7 Algemene wet bestuursrechtArt. 6:9 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift wegens termijnoverschrijding afgewezen

Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen een uitspraak van de gemeente Groningen inzake een beschikking op een bezwaarschrift over de Wet waardering onroerende zaken. De uitspraak van de gemeente was gedagtekend op 15 februari 2002. Volgens de wet moest het beroepschrift binnen zes weken na deze datum worden ingediend. Het beroepschrift werd echter pas op 1 april 2002 ter post bezorgd, wat buiten de gestelde termijn viel.

De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk bij beschikking van 19 april 2002. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door tijdig verzet in te dienen op 26 april 2002. Hij voerde aan dat de vertraging veroorzaakt werd door het paasweekend en de daarbij behorende postvertragingen.

Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar konden maken. Het feit dat het beroepschrift pas op 1 april 2002 was afgestempeld, maakte duidelijk dat het niet binnen de zes weken was ingediend. Het hof zag daarom geen reden om het verzet te honoreren en verklaarde het verzet ongegrond.

Belanghebbende had niet verzocht om een hoorzitting en het hof vond geen aanleiding om hem uit eigen beweging te horen. De uitspraak werd op 2 augustus 2002 gedaan en op 7 augustus 2002 aangetekend verzonden aan partijen.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UIT-SPRAAK
Nr. 872/02 2 augustus 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 19 april 2002.
De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uit-spraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van de gemeente Groningen te Groningen (hierna: de gemeente), gedaan op het bezwaarschrift van de be-lang-hebbende tegen de te zijn aanzien genomen beschikking als bedoeld in artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken.
Ingevolge de artikelen 26, eerste lid en 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van de gemeente, binnen zes weken na dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij het gerechtshof.
De uitspraak van de gemeente is gedagtekend 15 februari 2002 en het beroepschrift is ter post bezorgd op 1 april 2002, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak. Om deze reden heeft de voorzitter bij beschikking van 19 april 2002 de belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Tegen deze beschikking is de belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzet-schrift dat is ingediend op 26 april 2002. De gemeente heeeft hierop schriftelijk gereageerd. Belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat zijn beroepschrift op 28 maart 2002 ter post is bezorgd.
Hij wijt de te late binnenkomst van zijn beroepschrift bij het hof aan het na 28 maart 2002 aankomende paasweekeind met de daarbij behorende postvertragingen.
Het hof is van oordeel dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden aanvoert die, indien deze aannemelijk gemaakt worden, de termijnoverschrijding een verschoonbaar karakter verlenen.
Het beroepschrift is bij de PTT afgestempeld op 1 april 2002, derhalve niet binnen zes weken na 15 februari 2002.
Op grond van het vorenoverwogene dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 2 augustus 2002 door mr. Pruiksma, vice-president, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoor--
digheid van de griffier Lorist en onderte-kend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 7 augustus 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan bei-de
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.