ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6286
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift wegens termijnoverschrijding afgewezen
Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen een uitspraak van de gemeente Groningen inzake een beschikking op een bezwaarschrift over de Wet waardering onroerende zaken. De uitspraak van de gemeente was gedagtekend op 15 februari 2002. Volgens de wet moest het beroepschrift binnen zes weken na deze datum worden ingediend. Het beroepschrift werd echter pas op 1 april 2002 ter post bezorgd, wat buiten de gestelde termijn viel.
De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk bij beschikking van 19 april 2002. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door tijdig verzet in te dienen op 26 april 2002. Hij voerde aan dat de vertraging veroorzaakt werd door het paasweekend en de daarbij behorende postvertragingen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar konden maken. Het feit dat het beroepschrift pas op 1 april 2002 was afgestempeld, maakte duidelijk dat het niet binnen de zes weken was ingediend. Het hof zag daarom geen reden om het verzet te honoreren en verklaarde het verzet ongegrond.
Belanghebbende had niet verzocht om een hoorzitting en het hof vond geen aanleiding om hem uit eigen beweging te horen. De uitspraak werd op 2 augustus 2002 gedaan en op 7 augustus 2002 aangetekend verzonden aan partijen.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.