ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6385

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00303
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid bij administratieve sanctie snelheidsovertreding

De betrokkene werd een administratieve sanctie van 60 gulden opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met maximaal 10 km per uur op 18 april 2001 te Rotterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen deze sanctie niet-ontvankelijk omdat hij niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie.

De betrokkene stelde geen nadere redenen aan het hof voor waarom het niet redelijk zou zijn om zekerheid te stellen. De kantonrechter was daarom niet verplicht de betrokkene te horen. Het gerechtshof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.

De procedure omvatte een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter, waarbij de advocaat-generaal een verweerschrift indiende. De betrokkene maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot schriftelijke nadere toelichting. Het arrest werd uitgesproken door mr. Vellinga namens het hof te Leeuwarden.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 02/00303
19 juni 2002
CJIB 29041872390
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam
van 6 maart 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 60,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) tot en met 10 km per uur", welke gedraging zou zijn verricht op 18 april 2001 op de Bosdreef te Rotterdam met het voertuig met het kenteken FD-XN-30.
3.2. Bij de stukken van het geding bevinden zich de in de bestreden beslissing bedoelde mededelingen omtrent de zekerheidstelling. De brieven van 12 oktober 2001 en 4 december 2001 voldoen aan de daaraan te stellen eisen. De kantonrechter heeft derhalve, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.3. In aanmerking genomen dat de betrokkene niet met redenen omkleed heeft aangevoerd dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij zekerheid stelt tot het totale van hem verlangde bedrag, was de kantonrechter niet gehouden de betrokkene te horen.
3.4. De beslissing waarvan beroep zal worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Vellinga, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.