ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6386
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing niet-ontvankelijkheid beroep wegens administratieve onvolkomenheid in zekerheidstelling WAHV
De betrokkene was tegen een beslissing van de officier van justitie in beroep gegaan, maar de kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld voor betaling van de administratieve sanctie.
De betrokkene stelde dat hij het bedrag wel had overgemaakt en overlegde een bankafschrift ter bewijs. Het hof acht aannemelijk dat de betaling heeft plaatsgevonden, mede bevestigd door het CJIB. Echter werd het bedrag door het CJIB teruggestort omdat het beschikkingsnummer ontbrak, een administratieve onvolkomenheid.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter de betrokkene een nieuwe termijn had moeten geven om alsnog zekerheid te stellen. Daarnaast waren de brieven van de officier van justitie niet als correcte mededeling in de zin van de wet aan te merken, omdat zij onduidelijkheid schepten over de noodzaak tot zekerheidstelling.
Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank Utrecht om de betrokkene opnieuw in de gelegenheid te stellen zekerheid te stellen en het beroep inhoudelijk te behandelen.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met mogelijkheid tot nieuwe zekerheidstelling.