ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6450
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Fransen
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 wegens vermoedelijke winstuitdeling BV
De belanghebbende, enig aandeelhouder en bestuurder van een besloten vennootschap (BV), kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over 1995, gebaseerd op vermoedelijke winstuitdelingen uit de BV. De inspecteur stelde dat de BV aanzienlijke winsten had gemaakt die niet waren aangegeven en die ten goede waren gekomen aan de belanghebbende.
De belanghebbende ontkende inkomsten uit de BV te hebben genoten en stelde dat hij slechts formeel bestuurder was, terwijl zijn vader feitelijk het bestuur voerde. Tijdens de zitting werd de vader als getuige gehoord, die verklaarde geen transacties te hebben verricht die tot inkomsten voor de belanghebbende zouden leiden.
Het hof oordeelde dat de belanghebbende als enig aandeelhouder geacht wordt inkomsten uit vermogen te hebben genoten door de winstuitdelingen. De verklaringen van de vader werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld, mede vanwege tegenstrijdigheden en gebrekkige kennis van de BV-administratie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.