ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6762
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling onroerende zaak en cultuurgrondvrijstelling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door het hoofd van de afdeling publiekszaken van de gemeente Opsterland vastgestelde waarde van zijn woning en bijbehorende grond, vastgesteld op ƒ 495.000 per 1 januari 1999. Hij stelde dat deze waarde te hoog was en pleitte voor een waarde van maximaal ƒ 328.000, onder meer vanwege een vermeende fout in de waardering van het referentieobject en het onterecht niet toepassen van de cultuurgrondvrijstelling.
Het hof overwoog dat de waarde is vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken, waarbij de waarde wordt bepaald op de economische waarde per peildatum. Het gebruikte referentieobject was een vergelijkbare woonboerderij die recentelijk was verkocht, en de verschillen tussen de objecten waren voldoende meegewogen. De cultuurgrondvrijstelling werd niet toegekend omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij de grond bedrijfsmatig exploiteerde, mede omdat hij niet als ondernemer werd aangemerkt en geen milieuvergunning had.
Belanghebbende bracht geen feiten aan die de vastgestelde waarde konden ondermijnen. Het hof zag daarom geen reden om de waarde te verlagen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van ƒ 495.000 gehandhaafd.