ECLI:NL:GHLEE:2002:AE7816
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Van Dijk
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid bij administratieve sanctie
De betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de betrokkene niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie.
De betrokkene stelde dat hij een tegoed had bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) dat de sanctie zou overtreffen en wilde dit verrekenen met de vereiste zekerheidstelling. Dit werd echter door het hof verworpen op grond van art. 11, derde lid, WAHV, dat betaling van het volledige sanctiebedrag vereist zonder verrekening met andere tegoeden.
Daarnaast klaagde de betrokkene over het niet-ontvangen van een wrakingsverzoek tegen de kantonrechter, maar het hof oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de wettelijke eisen voor wraking en dat het bezwaar feitelijk een betwisting van de bevoegdheid van de rechtbank betrof, wat niet als wrakingsgrond kan gelden.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet voldoen aan de verplichting tot zekerheidstelling voor de administratieve sanctie.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.