ECLI:NL:GHLEE:2002:AE8053

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 september 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 1442/02
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Pruiksma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 AWRArt. 26c AWRArt. 6:7 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in beroep tegen naheffingsaanslag BPM afgewezen

Belanghebbende was tegen een uitspraak van het hoofd van de eenheid douane van de belastingdienst in beroep gegaan bij het gerechtshof, maar dit beroepschrift was te laat ingediend. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Hiertegen kwam belanghebbende in verzet, stellende dat de te late indiening het gevolg was van diverse omstandigheden.

Het hof oordeelde dat ook het verzetschrift niet tijdig was ingediend, aangezien het verzet pas na zes weken na dagtekening en verzending van de beschikking werd ingediend. Belanghebbende had niet verzocht om een mondelinge behandeling en het hof zag geen aanleiding om hem uit eigen beweging te horen.

Daarom verklaarde het hof het verzet niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De uitspraak werd op 20 september 2002 gedaan en op 25 september 2002 aan partijen verzonden.

Uitkomst: Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk wegens te late indiening en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 1442/02 20 september 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 28 juni 2002.
De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uit-spraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid douane van de belastingdienst van het district Groningen (hierna: het hoofd), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde naheffingsaanslag BPM met aanslagnummer 1026.42.965/00.8.0001.
Ingevolge de artikelen 26, eerste lid en 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van het hoofd, binnen zes weken na dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij het gerechtshof.
De uitspraak van het hoofd is gedagtekend 11 april 2002 en het beroepschrift is ingekomen ter griffie van het gerechtshof te Arnhem op 17 juni 2002, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak. Om deze reden heeft de voorzitter bij beschikking van 28 juni 2002 de belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Tegen deze beschikking is de belanghebbende in verzet gekomen bij een verzet-schrift dat is ingediend op 16 augustus 2002.
Het hoofd heeft hierop schriftelijk gereageerd. Belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat zijn beroepschrift te laat is ingediend vanwege allerlei omstandigheden.
Het hof is van oordeel dat het verzetschrift te laat is ingediend. De beschikking van de voorzitter is verzonden op 28 juni 2002 en het verzetschrift is ter post bezorgd op 15 augustus 2002, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening en verzending van de beschikking.
Op grond van het vorenoverwogene dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Gedaan op 20 september 2002 door mr. Pruiksma, vice-president, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier Lorist en onderte-kend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 25 september 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan bei-de
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.