ECLI:NL:GHLEE:2002:AE8349
Gerechtshof Leeuwarden
- Raadkamer
- Poelman
- Huisman
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak in strafzaak
Verzoeker H.d.B. heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten die hij in het kader van zijn strafzaak heeft gemaakt, welke na herziening door de Hoge Raad bij het hof aanhangig was. De zaak eindigde met een onherroepelijke vrijspraak op 9 mei 2002.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en gehoord zowel de advocaat-generaal als verzoeker en zijn raadsman. Uit het onderzoek bleek dat verzoeker een onvoorwaardelijke toevoeging had voor rechtsbijstand, waardoor geen kosten als bedoeld in artikel 591a Sv zijn gemaakt. De reeds toegekende vergoeding van €911,87 is inclusief reiskosten.
Het hof oordeelt dat verdere vergoeding van advocatenkosten, waaronder de werkzaamheden van een juridisch medewerkster, niet toewijsbaar is. Wel kent het hof een vergoeding toe van €87.467,88 voor gemaakte onkosten, waarbij de advocatenkosten gedeeltelijk en met BTW zijn toegekend. Het verzoek tot vergoeding van kosten voor het herzieningsverzoek bij de Hoge Raad wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €87.467,88 toegekend en het overige verzoek wordt afgewezen.