ECLI:NL:GHLEE:2002:AF0572

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02/00642
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Kalsbeek
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak wegens zekerheidstelling WAHV

Betrokkene stelde tijdig zekerheid te hebben gesteld voor een administratieve sanctie op grond van de WAHV, maar de kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van zekerheid binnen de gestelde termijn.

Betrokkene overlegde een brief van het CJIB waaruit bleek dat het bedrag was ontvangen, maar zonder correct beschikkingsnummer. Het CJIB bood de mogelijkheid dit alsnog te corrigeren, met terugstorting als dit niet gebeurde.

Het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, omdat de betaling tijdig is ontvangen en onduidelijkheid over het beschikkingsnummer niet tot niet-ontvankelijkheid mag leiden.

Het hof vernietigt de beslissing en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor inhoudelijke behandeling of voor het bepalen van een nieuwe termijn indien het bedrag is teruggestort.

De griffier moet betrokkene hierover informeren conform art. 11, derde lid, WAHV.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling.

Uitspraak

WAHV 02/00642
23 oktober 2002
CJIB 43640446
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Middelburg
van 4 juni 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.2. De betrokkene stelt dat het bedrag aan zekerheid binnen de daartoe gestelde termijn is betaald. Zij heeft daarbij gewezen op een bij het beroepschrift overgelegd schrijven van het CJIB d.d. 29 maart 2002 waaruit blijkt dat het te betalen bedrag aan zekerheid, te weten € Euro 40,84, wel door het CJIB is ontvangen, zodat de kantonrechter het beroep van de betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3.3. De brief van het CJIB waar de betrokkene op doelt, houdt in dat de betrokkene het bedrag aan zekerheid heeft betaald. Tevens is in die brief vermeld, dat de betrokkene het beschikkingsnummer bij de betaling niet of onjuist heeft aangegeven en dat zij dit alsnog voor 15 april 2002 kan vermelden. Daaraan wordt toegevoegd: "wanneer voor genoemde datum geen bericht van u is ontvangen, zal het bedrag teruggestort worden en de incasso op gebruikelijke wijze worden voortgezet. Eventueel wordt het bedrag geboekt op een door mij getraceerde zaak die op uw naam staat."
3.4. Nu de betrokkene stelt tijdig een betaling te hebben gedaan bedoeld als zekerheidstelling voor de sanctie in de onderhavige zaak terwijl dit door de advocaat-generaal niet wordt weersproken, en de betaling van het juiste bedrag wordt bevestigd door informatie van het CJIB, moet ervan worden uitgegaan dat de betrokkene tijdig zekerheid heeft gesteld. Daaraan doet niet af, dat de betrokkene bij de betaling aanvankelijk geen beschikkingsnummer heeft vermeld en nadien -na een verzoek daartoe van het CJIB- heeft meegedeeld dat haar geen beschikkingsnummer bekend was. Voor de beantwoording van de vraag of tijdig zekerheid is gesteld is immers bepalend, of het te betalen bedrag binnen de gestelde termijn is ontvangen door het orgaan dat de betaling heeft verlangd. Indien - zoals in het onderhavige geval - niet duidelijk is voor de betaling van welke sanctie het bedrag aan zekerheid is gesteld, dient te worden nagegaan waarop deze betrekking heeft. Leidt dat - ook na contact met de betrokkene - niet tot resultaat, dan kan verrekening plaatsvinden met een openstaand bedrag in een zaak op naam van de betrokkene, zoals door het CJIB in de brief van 29 maart 2002 ook uitdrukkelijk als mogelijkheid wordt genoemd. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de zaak daarom terugwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank te Middelburg.
3.5. Indien het door de betrokkene aan het CJIB betaalde bedrag door het CJIB aan haar is teruggestort, dient de kantonrechter een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV Pro kan stellen en daarvan moet door de griffier van het kantongerecht aan de betrokkene mededeling worden gedaan met inachtneming van het bepaalde in art. 11, derde lid, WAHV. Indien het CJIB het door de betrokkene bedrag niet heeft teruggestort, dient de zaak inhoudelijk te worden behandeld.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank te Middelburg ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Kalsbeek en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.