ECLI:NL:GHLEE:2002:AF0691

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00770
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken gronden beroepschrift bestuursrechtelijke zaak

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter, die het beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard. Het hof wees betrokkene erop dat de gronden van het beroep ontbraken in het beroepschrift en gaf haar de gelegenheid dit binnen drie weken te herstellen. Betrokkene reageerde met een brief en bijlagen, maar gaf geen inhoudelijke gronden van het beroep op.

De advocaat-generaal maakte geen gebruik van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen. Het hof oordeelde dat het beroepschrift niet voldeed aan artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het verzuim niet was hersteld. Daarom werd betrokkene in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro.

Het arrest werd gewezen door mr. Van Dijk en uitgesproken in openbare zitting. De beslissing bevestigt het belang van het correct en tijdig aanvoeren van gronden in bestuursrechtelijke beroepsprocedures.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet aanvoeren van de gronden van het beroep.

Uitspraak

WAHV 02/00770
13 november 2002
CJIB 89045518919
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Dordrecht
van 11 juni 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 10 september 2002 heeft de griffier van het hof aan de betrokkene medegedeeld dat zij heeft verzuimd om de gronden van het beroep aan te voeren. De betrokkene is hierbij verzocht om binnen drie weken na de dagtekening van de brief het verzuim te herstellen. Aan de betrokkene is medegedeeld dat indien het verzuim niet wordt hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De betrokkene heeft op voormelde brief gereageerd bij brief, ingekomen ter griffie op 25 september 2002, met bijlagen.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
In strijd met art. 6:5, eerste lid, Awb bevat het beroepschrift niet de gronden van het beroep. De griffier van het hof heeft de betrokkene hierop gewezen en deze in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, onder mededeling van de gevolgen van het niet tijdig herstellen van bedoeld verzuim. De betrokkene heeft hierop bij brief, ingekomen ter griffie op 25 september 2002, opgegeven, voor zover hier van belang: "Ons beroep is terecht en (ondubbelzinnig) duidelijk toegelicht", onder toevoeging van twee bijlagen, te weten de brief van de griffier van dit hof d.d. 10 september 2002 en een uitdraai van een deel van de internet-site www. telegraaf.nl van 14 september 2002, bevattende een verwijzing naar een artikel van minister De Boer omtrent het mogelijk instellen van een snelheidsmarge van 10 kilometer per uur op de auto(snel)weg. De betrokkene heeft aldus niet alsnog de gronden van haar beroep opgegeven, zodat zij in verzuim is gebleven. De betrokkene zal in het hoger beroep met toepassing van het in art. 6:6 Awb Pro bepaalde niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.