ECLI:NL:GHLEE:2002:AF0881
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M. Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van de beslissing van de kantonrechter inzake administratieve sanctie voor het rijden over de vluchtstrook
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 5 november 2002 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, die op 21 augustus 2002 het beroep van de betrokkene ongegrond had verklaard. De betrokkene, die een administratieve sanctie had ontvangen voor het rijden over de vluchtstrook, stelde dat de sanctie buitenproportioneel was en dat deze op nihil gesteld zou moeten worden. De betrokkene had op 3 oktober 2001 op de Rijksweg A13 West te Delft een overtreding begaan door over de vluchtstrook te rijden, wat in strijd is met artikel 43, derde lid, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
Het hof overwoog dat de betrokkene niet ontkende de overtreding te hebben begaan, maar stelde dat de omstandigheden waaronder dit gebeurde, niet onder de noodgevallen vielen zoals bedoeld in de wet. De betrokkene had geprobeerd een stilstaande auto te passeren, maar het hof oordeelde dat dit niet voldoende was om de sanctie te matigen. Bovendien werd opgemerkt dat de officier van justitie niet tijdig had beslist, maar dat dit niet leidde tot vernietiging van de inleidende beschikking.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en oordeelde dat de opgelegde sanctie gerechtvaardigd was. De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van verkeersregels en de beperkte ruimte voor eigen interpretatie door weggebruikers. De beslissing van het hof is een bevestiging van de noodzaak om verkeersveiligheid te waarborgen, ongeacht de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene.