ECLI:NL:GHLEE:2002:AF1498
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde vrijstaande woonboerderij te Z
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een in 2000 gebouwde vrijstaande woonboerderij te Z, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van ƒ 825.000 per 1 januari 1999. Het hoofd van de afdeling financiën van de gemeente Tynaarlo had deze waarde vastgesteld en gehandhaafd na bezwaar. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, onder meer vanwege asbesthoudende beplating, gierputten en overlast van een nabijgelegen recreatiepark, en dat de waardestijging onredelijk was.
Het hof overwoog dat de waarde volgens de Wet waardering onroerende zaken moet worden bepaald op de waarde in het economische verkeer per 1 januari 1999, rekening houdend met de staat van de woning per 1 januari 2001 vanwege de recente bouw. Het hof achtte de gebruikte referentiewoningen als redelijke vergelijkingsobjecten en verwierp de bezwaren over de ligging en de specifieke gebreken omdat deze onvoldoende waren onderbouwd.
Ook werd geoordeeld dat eventuele procedurele gebreken niet tot vernietiging van de beschikking konden leiden. De stijging van de waarde werd verklaard door de nieuwbouw in 2000 en marktontwikkelingen. Omdat belanghebbende geen feiten aanvoerde die de vastgestelde waarde konden ontkrachten, verklaarde het hof het beroep ongegrond en bevestigde de WOZ-waarde.
De proceskosten werden niet aan een van de partijen opgelegd. De uitspraak werd op 29 november 2002 gedaan en schriftelijk bevestigd op 4 december 2002.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van ƒ 825.000 en verklaart het beroep ongegrond.