ECLI:NL:GHLEE:2002:AF1500
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling onroerende zaak volgens Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woonboerderij die door het hoofd van de afdeling financiën van de gemeente Tynaarlo is gewaardeerd op ƒ 753.000 per 1 januari 1999. Deze waarde is vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 en gehandhaafd na bezwaar.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, onder meer vanwege onvoldoende motivering, het gebruik van nieuwe referentieobjecten in de beroepsprocedure, een onredelijke waardestijging en specifieke gebreken zoals asbesthoudende beplating en slechte bereikbaarheid. Het hoofd handhaafde de waarde en verwees naar een taxatierapport van een gediplomeerd WOZ-taxateur dat een vergelijkbare waarde vermeldde.
Het hof overwoog dat de waarde moet worden bepaald op de economische waarde per peildatum 1 januari 1999, rekening houdend met de staat van de woning per 1 januari 2001 vanwege bouwactiviteiten. De gebruikte referentieobjecten werden als passend beoordeeld, ook al verschilden ligging en kenmerken. De aanwezigheid van asbest werd niet aannemelijk geacht als reden voor waardeverlaging, mede gezien de hypotheekwaarde van circa ƒ 1.100.000.
Formele bezwaren tegen de procedure werden verworpen, en de waardestijging ten opzichte van het vorige tijdvak werd verklaard door onvoorspelbare marktontwikkelingen en de bouw van de woning. Omdat belanghebbende geen feiten aanvoerde die de vastgestelde waarde ondermijnden, verklaarde het hof het beroep ongegrond en handhaafde de WOZ-waarde.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van ƒ 753.000 per 1 januari 1999 is ongegrond verklaard.