ECLI:NL:GHLEE:2002:AF1602
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Dijkstra
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-naleving griffierecht en zekerheidstelling WAHV
De betrokkene was in verzet gegaan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar werd door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Hiertegen stelde betrokkene hoger beroep in, waarbij zij stelde dat haar financiële draagkracht het niet mogelijk maakte om het griffierecht en de zekerheidstelling volledig te voldoen.
Het hof bevestigde dat volgens artikel 26a WAHV het hoger beroep slechts ontvankelijk is na betaling van het griffierecht en zekerheidstelling van het verschuldigde bedrag en kosten. Hoewel het hof overwoog dat deze verplichtingen mogelijk een ontoelaatbare beperking van het recht op toegang tot de rechter kunnen vormen, oordeelde het dat proces-economische redenen en het ontbreken van essentiële stukken (zoals het dwangbevel en exploot van betekening) meebrengen dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De betrokkene had de gevraagde stukken niet binnen de gestelde termijn overgelegd, ondanks herhaalde verzoeken en waarschuwingen. Haar financiële situatie bood geen grond om haar in verzuim te vrijwaren. Het hof zag geen reden om haar opnieuw in de gelegenheid te stellen aan de verplichtingen te voldoen, omdat een inhoudelijke behandeling niet tot een andere uitkomst zou leiden dan bevestiging van de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens het niet voldoen aan griffierecht en zekerheidstelling volgens de WAHV.