ECLI:NL:GHLEE:2002:AF1704
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Geschil over WOZ-waarde bosperceel en bedrijfsmatige bosbouwexploitatie
Belanghebbende is eigenaar van een bosperceel dat voor de WOZ-waarde is vastgesteld op f 234.000,- voor de periode 2001-2004. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. Belanghebbende stelt dat het bosperceel moet worden aangemerkt als ten behoeve van bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, waardoor het buiten de waardering dient te blijven.
Het hof oordeelt dat de bosgroep A, waarbij belanghebbende is aangesloten, arbeid en kapitaal inzet voor het beheer en de houtproductie van het perceel. Dit betreft niet slechts onderhoud, maar een bedrijfsmatige exploitatie gericht op structurele houtopbrengst, onder meer door dunningen en aanplant.
De verkoop van een aanzienlijke hoeveelheid hout in 1999 en de mogelijkheid tot regelmatige oogst met een interval van 7 à 8 jaar bevestigen de bedrijfsmatige exploitatie. Het hof volgt de heffingsambtenaar niet in diens standpunt dat er geen sprake is van cultuurgrond of bedrijfsmatige exploitatie.
Daarom vernietigt het hof de WOZ-beschikking en de uitspraak van de heffingsambtenaar. Tevens veroordeelt het hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de WOZ-beschikking voor het bosperceel wordt vernietigd wegens bedrijfsmatige bosbouwexploitatie.