ECLI:NL:GHLEE:2002:AF2199
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Van Dijk
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake proceskosten bestuursrechtelijke sanctie
De betrokkene was in eerste aanleg in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een bestuursrechtelijke sanctie van ƒ 90,--. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De betrokkene stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.
Het hof oordeelde dat het beroep op grond van artikel 14 WAHV Pro (oud) niet ontvankelijk was omdat de sanctie lager was dan ƒ 150,--. Echter bleek dat de kantonrechter ten onrechte het ingetrokken beroep alsnog behandelde, waarmee hij buiten het toepassingsgebied van de WAHV trad. Het hof verklaarde het hoger beroep daarom ontvankelijk en vernietigde de beslissing van de kantonrechter.
Het hof bepaalde dat de zekerheid die door de betrokkene was gesteld, moest worden gerestitueerd. Tevens veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten aan de betrokkene, berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een bedrag van € 483,--. De zaak werd niet ter zitting behandeld vanwege het volledige gelijk van de betrokkene.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter, verklaart het hoger beroep ontvankelijk, restitueert de zekerheid en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten.