ECLI:NL:GHLEE:2002:AF2203

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
4 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00834
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • mr. Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van administratieve sanctie wegens onduidelijkheid over snelheidsmeting

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam, die op 14 februari 2002 een beroep van de betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaarde. De betrokkene, die als kentekenhouder een administratieve sanctie van fl 220,-- (Euro€ 99,83) opgelegd kreeg wegens overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden, heeft hoger beroep ingesteld. De gedraging zou hebben plaatsgevonden op 22 november 2000 op de Holterbergweg te Amsterdam.

De betrokkene betwist de juistheid van de snelheidsmeting en voert aan dat deze heeft plaatsgevonden in een bocht van de weg, wat in strijd zou zijn met de eisen voor de meetplaats. De advocaat-generaal heeft geprobeerd aanvullend bewijs te verkrijgen over de opstelling van de radarapparatuur, maar ontving geen antwoord op zijn verzoeken. Op basis van de overgelegde plattegrond en foto's concludeert de advocaat-generaal dat de meting vóór de bocht heeft plaatsgevonden, maar de betrokkene stelt dat de bocht al eerder begint.

Het hof oordeelt dat de twijfel over de opstelling van de radarapparatuur niet is weggenomen, waardoor onvoldoende vaststaat dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, en bepaalt dat het bedrag van Euro€ 99,83 aan de betrokkene moet worden gerestitueerd. Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

WAHV 02/00834
4 december 2002
CJIB 40041588
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam
van 14 februari 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 220,-- (Euro€ 99,83) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1) > 15 en t/m 20 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 22 november 2000 op de Holterbergweg te Amsterdam.
3.2. De betrokkene bestrijdt de juistheid van de snelheidsmeting. Daartoe voert zij aan, dat de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden in een bocht van de weg, in strijd met de eisen die volgens de betrokkene ten aanzien van de meetplaats worden gesteld. Daartoe beroept zij zich op een rapport van de Centrale Politie Verkeers Commissie - waarvan zij de inhoud bij de stukken deels heeft overgelegd - onder meer (in paragraaf 3.2) inhoudende:
"Eisen ten aanzien van de meetplaats
a. Met het oog op het correct kunnen richten van de radarbundel moet het meten plaatsvinden op een weggedeelte waar de te meten voertuigen in rechte lijn, parallel aan de as van de weg plegen te rijden.
b. Uit a. vloeit voort dat het meten in een bocht van de weg, op een circulatieplein of op een rotonde niet is toegestaan. Onmiddellijk voor of na zulke wegsituaties is het meten toegestaan, mits daar ene recht stuk weg is van ten ministe 50 meter lengte, dat beantwoordt aan het bij a. bepaalde."
Volgens de betrokkene is er sprake van een lange bocht naar rechts, die gezien vanuit de richting Amsterdam Arena, begint ver voor de linksgelegen zijweg "Buitensingel".
3.3. In verband met dit verweer is door de advocaat-generaal tweemaal getracht een aanvullend proces-verbaal te verkrijgen omtrent de opstelling van de radarapparatuur, maar hij heeft op zijn verzoeken geen antwoord gekregen. Op grond van de bij de stukken overgelegde plattegrond en de foto's van de onderhavige gedraging is hij echter desalniettemin van oordeel, dat de meting heeft plaatsgevonden vóór de bocht in de Holterbergweg, nu op de foto's de aansluiting van de Buitensingel op de Holterbergweg te herkennen valt en de meting vóór deze aansluiting heeft plaatsgevonden.
3.4. Daarmee is echter het verweer van de betrokkene in onvoldoende mate weersproken, nu volgens haar de bocht naar rechts reeds begint ver voor de aansluiting van de Buitensingel.
3.5. Nu de twijfel omtrent de opstelling van de radarapparatuur niet is weggenomen staat onvoldoende vast, dat de gedraging is verricht. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat deze had behoren te doen.
3.6. Het hof ziet geen aanleiding om een veroordeling in de proceskosten uit te spreken nu niet blijkt van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 6 juni 2001, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 40041588 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat een bedrag van Euro€ 99,83 door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd, welk bedrag overeenkomt met een bedrag van f 220,-- dat door haar op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.