ECLI:NL:GHLEE:2002:AF2206

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
4 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00958
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens niet rechts houden op autoweg

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg, een overtreding gepleegd op 21 januari 2002 op de Beneluxweg te Groningen. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof Leeuwarden.

De betrokkene erkende de gedraging, maar voerde aan dat de omstandigheden de sanctie niet rechtvaardigden of tot matiging moesten leiden. Zij stelde dat het verkeersbeeld rustig was, zij niet lang links reed, niemand hinderde en dat de verkeerssituatie met verkeerslichten het rijgedrag rechtvaardigde. De verbalisant verklaarde echter dat de betrokkene minstens 500 meter op de linker rijstrook reed zonder in te halen, terwijl er voldoende ruimte was om rechts te rijden.

Het hof achtte de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en concludeerde dat de betrokkene in strijd handelde met artikel 3, eerste lid, RVV 1990, dat bestuurders verplicht rechts te houden. Het feit dat de betrokkene het overige verkeer niet hinderde, maakte dit niet anders. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden leidden niet tot matiging of afzien van de sanctie. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: De administratieve sanctie van €86 wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de autoweg wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 02/00958
4 december 2002
CJIB 09049589208
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Groningen
van 2 september 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 86 opgelegd ter zake van "niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg", welke gedraging zou zijn verricht op 21 januari 2002 om 10.55 uur op de Beneluxweg te Groningen.
3.2. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht, doch stelt dat zij de gedraging heeft begaan onder zodanige omstandigheden, dat deze het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken, dan wel dat deze dienen te leiden tot matiging van de opgelegde sanctie. Daartoe wijst zij op het volgende. Het verkeersbeeld op de ringweg was normaal, rustig, zowel links als rechts auto's. Op de rechterrijbaan was een aaneengesloten rij auto's. De betrokkene reed, zoals daar toegestaan, 70 km/h. De betrokkene heeft niet zeer lang links gereden. Zij stelt niemand gehinderd te hebben. Er was geen verkeer dat achter haar reed en haar wilde inhalen. Ook werd het verkeer op de rechterrijbaan niet belemmerd. Zij wijst er verder op dat de Beneluxweg een weg is met veel verkeerslichten. Bij nadering van de verkeerslichten verdeelt het verkeer zich steeds over beide rijstroken. Haar gedrag als weggebruiker was daarmee in overeenstemming.
3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, houdt onder meer het volgende in: "De betrokkene reed minstens 500 meter over de linkerrijstrook zonder daarbij een voertuig links in te halen. De afstand tussen het voertuig van de betrokkene en een ongeveer 50 meter voor haar over de rechterrijstrook rijdende motorvoertuig bleef nagenoeg gelijk".
3.4. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Die verklaring kan bezwaarlijk anders worden gelezen dan dat er voor de betrokkene de mogelijkheid bestond om van de linker- naar de rechterijstrook te gaan, hetgeen in tegenspraak is met de verklaring van de betrokkene dat er sprake was van een aaneengesloten rij auto's op de rechterrijstrook. Gelet op de verklaring van de verbalisant, alsmede gelet op hetgeen de betrokkene zelf heeft aangevoerd, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan, dat de gedraging is verricht.
3.5. Art. 3, eerste lid, RVV 1990 luidt: Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden.
De nota van toelichting bij art. 3 RVV Pro 1990 (Stb. 1990, 459, p. 93) houdt - onder meer - in: "Artikel 3 bevat Pro de basisregel ten aanzien van de plaats op de weg voor bestuurders. Zij houden op het voor hen bestemde weggedeelte zoveel mogelijk rechts. Wat onder "zoveel mogelijk" dient te worden verstaan, wordt bepaald door de concrete situatie. Ingeval een rijbaan is verdeeld in rijstroken zal ingevolge artikel 3 in Pro beginsel de meest rechts gelegen rijstrook moeten worden gevolgd. En is een weg verdeeld in meerdere rijbanen, dan zal in beginsel de meest rechts gelegen rijbaan moeten worden gekozen".
3.6. Uit het vorenoverwogene volgt dat de omstandigheid dat de betrokkene het overige verkeer niet heeft gehinderd of belemmerd niet meebrengt dat zij niet in strijd heeft gehandeld met art. 3 RVV Pro 1990.
3.7. Nu ervan moet worden uitgegaan dat de betrokkene in strijd met het bepaalde in art. 3, eerste lid, RVV1990 nodeloos van de linkerrijstrook gebruik heeft gemaakt, leiden de door de betrokkene genoemde omstandigheden er niet toe, dat dient te worden afgezien van het opleggen van een administratieve sanctie dan wel dat de opgelegde administratieve sanctie dient te worden gematigd.
3.8. De betrokkene voert nog aan, dat in tegenstelling tot hetgeen in het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 2 september 2002 is vermeld, de uitspraak niet ter zitting is medegedeeld, maar door middel van het schrijven van 27 september 2002, waarbij het proces-verbaal van de zitting aan haar is toegezonden.
3.9. Het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 2 september 2002 houdt onder meer de volgende alinea in:
"De kantonrechter heeft vervolgens de behandeling beëindigd en op het beroepschrift op de navolgende gronden een beslissing genomen, welke beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting."
3.10. Aldus is mogelijk, dat de beslissing niet direct in aansluiting op de behandeling ter zitting, maar op een later tijdstip in het openbaar is uitgesproken , hetgeen overeenstemt met hetgeen de betrokkene hierover aanvoert.
Door een en ander is de betrokkene echter niet in haar belangen geschaad, nu zij van de inhoud van de beslissing door middel van een haar toegezonden afschrift van het proces-verbaal op de hoogte is gesteld en de termijn voor hoger beroep pas is gaan lopen na de dag van verzending van dat afschrift.
3.11. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.