ECLI:NL:GHLEE:2003:AF4312
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Van Dijk
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens niet voor laten gaan voetgangers op oversteekplaats
Betrokkene werd door de officier van justitie een administratieve sanctie van €113,45 opgelegd wegens het niet voor laten gaan van voetgangers op een oversteekplaats op 26 maart 2001 te Amsterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij het gerechtshof Leeuwarden.
Het hof beoordeelde het beroep en stelde vast dat het beroepschrift tijdig was ingediend, ondanks een aanvankelijke niet-ontvankelijkverklaring door de officier van justitie vanwege een onjuiste indiening. De betrokkene ontkende de overtreding en voerde aan dat er sprake was van een aftastsituatie door de verkeerssituatie en het ontbreken van fotobewijs, maar het hof achtte de verklaring van de verbalisant overtuigend.
Op grond van de wettelijke bepalingen en de wetsgeschiedenis over het voor laten gaan van voetgangers, concludeerde het hof dat betrokkene de gedraging had verricht. Het hof verwierp het verweer dat niemand in gevaar was gebracht en oordeelde dat dit niet relevant is voor de overtreding. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en verklaarde het beroep bij de officier van justitie ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de administratieve sanctie blijft in stand.