ECLI:NL:GHLEE:2003:AF5064
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van stakingswinst toerekening bij inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende was in geschil met de inspecteur over de toerekening van de stakingswinst van een administratiekantoor voor het jaar 1999. De inspecteur had de gehele stakingswinst aan belanghebbende toegerekend, terwijl belanghebbende stelde dat deze winst verdeeld moest worden tussen hem en zijn echtgenote vanwege een vennootschap onder firma.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat het administratiekantoor vanaf 1991 door zijn echtgenote werd gedreven, vanaf 1993 door hemzelf en vanaf 1997 door een vennootschap onder firma tussen hem en zijn echtgenote. De kiosk werd eveneens door verschillende samenwerkingsverbanden geëxploiteerd. Er was echter geen schriftelijke vennootschapsovereenkomst en er had geen afrekening plaatsgevonden bij wisselingen.
Het hof oordeelde dat uit de jaarrekeningen bleek dat belanghebbende als enige gerechtigde was tot het vermogen van het administratiekantoor en zijn echtgenote tot het vermogen van de kiosk. De inschrijving in het handelsregister en de verklaringen van belanghebbende konden niet overtuigen dat er daadwerkelijk een vennootschap onder firma bestond. Daarom was de toerekening van de gehele stakingswinst aan belanghebbende terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak was tijdig gedaan binnen de wettelijke termijn.
Uitkomst: De gehele stakingswinst is terecht toegerekend aan belanghebbende; beroep ongegrond verklaard.