ECLI:NL:GHLEE:2003:AF5065
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring beroep inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak van het hoofd van de belastingdienst inzake zijn aanslag inkomstenbelasting 2001. Dit beroep werd door de voorzitter van de belastingkamer niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de uitspraak was ingediend.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat het beroepschrift op 10 december 2002 ter post was bezorgd, waardoor het tijdig zou zijn ingediend volgens artikel 6:9 Awb Pro. Het hof oordeelde echter dat de termijn voor het indienen van het beroep op 9 december 2002 eindigde en dat het beroepschrift op 13 december 2002 bij het hof was ontvangen, derhalve te laat.
Daarnaast werd een aanvullende brief van belanghebbende van 7 november 2002 als een tweede bezwaarschrift gezien, waarop het hoofd nog uitspraak moest doen. Het hof concludeerde dat de voorzitter de niet-ontvankelijkheidsverklaring terecht had gegeven en verklaarde het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.