ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6256
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Hiemstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 5 maart 2003 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, die op 16 oktober 2002 een beroep van de betrokkene ongegrond had verklaard. De betrokkene, gevestigd te [plaatsnaam], had een administratieve sanctie opgelegd gekregen, waarvoor hoger beroep werd ingesteld door een derde partij. Het hof heeft in het procesverloop vastgesteld dat deze derde partij niet als gemachtigde van de betrokkene handelde, wat leidde tot de vraag of het hoger beroep ontvankelijk was.
Het hof heeft in zijn beoordeling verwezen naar de relevante artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Het hof oordeelde dat indien een ander dan de betrokkene hoger beroep instelt, er een schriftelijke machtiging van de betrokkene vereist is. Aangezien de derde partij nadrukkelijk had aangegeven niet als gemachtigde op te treden, kon het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
De sanctie die aan de betrokkene was opgelegd, bedroeg € 40,84. De kantonrechter had geoordeeld dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingesteld, waardoor er geen mogelijkheid tot appel bestond. Het hof heeft uiteindelijk besloten het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, waarmee de beslissing van de kantonrechter in stand bleef. Dit arrest is uitgesproken ter openbare zitting, waarbij mr. Dijkstra de uitspraak heeft gedaan in aanwezigheid van mr. Hiemstra als griffier.