ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6442
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Bax-Stegenga
- De Bock
- Rechtspraak.nl
Beoordeling garantstelling en regresvordering na faillissementsopheffing wegens toestand boedel
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen appellant en geïntimeerde over een door appellant betaalde garantstelling voor faillissementskosten. Geïntimeerde werd failliet verklaard op verzoek van appellant, waarna appellant zich garant stelde voor de curatorkosten. Na opheffing van het faillissement wegens toestand van de boedel wenste appellant het door hem betaalde bedrag op geïntimeerde te verhalen.
Appellant baseerde zijn vordering primair op een vermeende borgtochtsovereenkomst met de curator, subsidiair op hoofdelijke aansprakelijkheid en meer subsidiair op een onrechtmatige daad wegens onttrekking van vermogensbestanddelen. Het hof oordeelde dat geen borgtochtsovereenkomst bestond en dat ook geen hoofdelijke aansprakelijkheid of regresrecht kon worden aangenomen. Tevens faalde het beroep op onrechtmatige daad.
Het hof overwoog dat de garantstelling diende ter voldoening aan de verplichting uit art. 18 tweede Pro volzin Faillissementswet en dat de onderlinge verhouding tussen appellant en geïntimeerde geen grondslag bood voor verhaal. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en niet-ontvankelijk verklaard in beroep tegen een tussenvonnis.
Uitkomst: Het hof wijst de regresvordering van appellant af en bekrachtigt het vonnis van 22 februari 2002.