ECLI:NL:GHLEE:2003:AF7231
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Verschuur
- Willems
- Rechtspraak.nl
Geschil over fietsverhuur en erfpacht tussen partijen na beëindiging onderhuur- en winstdelingsovereenkomst
In deze civiele procedure staat de beëindiging en de gevolgen van een onderhuur- en winstdelingsovereenkomst uit 1986 centraal, waarbij appellant en geïntimeerden een geschil hebben over het recht tot fietsverhuur op een perceel grond dat in erfpacht is gegeven.
Appellant stelde dat geïntimeerden na het einde van de overeenkomst in 1996 onrechtmatig fietsen aan derden verhuren vanaf het erfpachtperceel en vorderde onder meer staking van deze activiteiten en betaling van canon. Geïntimeerden betwistten dit en voerden aan dat de overeenkomst niet tijdig was opgezegd en dat het verhuren van fietsen was toegestaan.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst op grond van het huurcontract uit 1984 en de vergunning van 1986 na tien jaar, derhalve in 1996, was geëindigd zonder dat opzegging nodig was. Het hof verwierp de stellingen van appellant dat de fietsverhuur een verzwaring van de erfpacht zou zijn en dat de canon verhoogd moest worden. Ook stelde het hof vast dat appellant na overdracht van het perceel aan een holding B.V. niet bevoegd was tot opzegging van de erfpacht.
Het verzoek tot wijziging van eis werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank Leeuwarden werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af.