ECLI:NL:GHLEE:2003:AF8338
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Aardema
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk beroep tegen afwijzing verhoogd arbeidskostenforfait bij WAZ-uitkering
Belanghebbende, een gehuwde persoon die in 1999 een uitkering ontving krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), was aangeslagen voor inkomstenbelasting met een belastbaar inkomen van ƒ 22.045. Zij voerde bezwaar aan tegen de aanslag omdat zij meende recht te hebben op het verhoogde arbeidskostenforfait, zoals dat geldt voor uitkeringsgerechtigden op grond van de Wajong.
De inspecteur handhaafde de aanslag en het beroep werd behandeld door het Gerechtshof Leeuwarden. Het geschil betrof de vraag of het verschil in behandeling tussen WAZ-uitkeringsgerechtigden en Wajong-uitkeringsgerechtigden in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Belanghebbende stelde dat zij onterecht werd uitgesloten van het verhoogde forfait, terwijl anderen in een vergelijkbare situatie dit wel kregen.
Het hof overwoog dat de wetgever een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft voor het onderscheid, gelet op de bijzondere positie van jonggehandicapten met een Wajong-uitkering die vanaf jonge leeftijd belemmeringen ondervonden bij arbeidsdeelname. Dit onderscheid is onderbouwd in de Memorie van Toelichting bij het Belastingplan 2000. Bovendien was geen sprake van een landelijk begunstigend beleid voor andere groepen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van het verhoogde arbeidskostenforfait wordt ongegrond verklaard.