ECLI:NL:GHLEE:2003:AF8424

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
17 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00046
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Weenink
  • Dijkstra
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 WVW 1994Art. 73 WVW 1994Art. 5 Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreinigingArt. 5 Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreinigingRichtlijn 72/306/EEG
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens verlopen keuringsbewijs motorrijtuig

Betrokkene is door de kantonrechter veroordeeld tot een administratieve sanctie van €81,68 wegens het rijden met een motorrijtuig waarvan het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren. Betrokkene voerde verzet aan tegen de sanctie en stelde dat hij het voertuig niet wilde laten keuren vanwege bezwaren tegen de roetmeting die volgens hem schade aan de motor kan veroorzaken.

Het Gerechtshof oordeelde dat de Wegenverkeerswet 1994 duidelijk voorschrijft dat een keuringsbewijs geldig moet zijn en dat er geen uitzonderingen zijn voor eigenaren die het niet eens zijn met de keuringstechniek. Het door betrokkene aangevoerde rapport van de Nationale Ombudsman bood geen steun aan zijn standpunt. De wettelijke bepalingen en Europese richtlijnen legitimeren de gehanteerde meetmethode.

Het hof concludeerde dat betrokkene bewust het risico heeft genomen de sanctie te ondergaan door het voertuig niet te laten keuren. Er waren geen omstandigheden die matiging van de sanctie rechtvaardigden. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie wegens het rijden met een voertuig met verlopen keuringsbewijs.

Uitspraak

WAHV 03/00046
17 april 2003
CJIB 99041422287
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage
van 20 december 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 3 april 2003. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. E. Bloemendaal.
Na de zitting heeft de voorzitter de zaak verwezen naar de meervoudige kamer.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- (= Euro€ 81,68) opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 16 februari 2001 op de Rijksweg A12 te Bodegraven met het voertuig met het kenteken [kentekennummer]
3.2. Niet in geschil is dat het keuringsbewijs van het betrokken voertuig ten tijde van de gedraging zijn geldigheid had verloren.
3.3. De betrokkene voert aan, dat hij niet van plan is om het voertuig te laten keuren omdat hij tegen de voorgeschreven wijze van roetmeting bij de keuring van dieselauto's is. De roetmeting, die onderdeel uitmaakt van de keuring, kan namelijk onherstelbare schade aanrichten aan de motor. Volgens de betrokkene is de wijze van meting in strijd met de officiële fabrieksgegevens, die behoren bij het merk van het betrokken voertuig. Bovendien is deze vorm van meting zonder enige waarde, tenzij op een rollenbank wordt gemeten. Ter staving van zijn standpunt heeft de betrokkene onder meer fabrieksgegevens en een openbaar rapport van de Nationale Ombudsman d.d. 27 augustus 1997 overgelegd.
3.4. Art. 72, eerste lid, WVW 1994 bepaalt, voor zover hier van belang, dat voor een motorrijtuig, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, een keuringsbewijs dient te zijn afgegeven.
3.5. Ingevolge art. 72, tweede lid, aanhef en onder b, WVW 1994 dient het keuringsbewijs zijn geldigheid niet te hebben verloren.
3.6. Art. 73 WVW Pro 1994 en hoofdstuk 4 van het Voertuigreglement bevatten een limitatieve opsomming van de hier niet ter zake doende uitzonderingen op de keuringsplicht.
3.7. De WVW 1994 noch enige daarop gebaseerde regeling noch enige andere wettelijke regeling kent een uitzondering op de keuringsplicht in het geval, zoals dit, dat een eigenaar of houder het niet eens is met de wijze waarop de APK-keuring dient te worden uitgevoerd.
3.8. Opmerking verdient, dat het rapport van de Nationale Ombudsman, dat door de betrokkene is overgelegd, de betrokkene geen steun biedt ten aanzien van zijn weigering het voertuig ter keuring aan te bieden. Opmerking verdient tevens, dat op grond van het art. 5 van Pro het Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Besluit van 18 juli 1973, Stb 356, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 2 oktober 2000, Stb.442) en art. 5 van Pro de Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging (Regeling van 5 oktober 1994, Stcrt.199, zoals laatstelijk gewijzigd op 28 oktober 2000, Stcrt. 214) de typekeuring in dit opzicht wordt verricht aan de hand van Richtlijn 72/306/EEG, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/20. Op grond van die richtlijn is voorzien in een overeenstemmende wijze van meting van uitlaatgassen. In aanmerking nemende, dat de door de betrokkene overgelegde gegevens modellen betreffen van auto's met dieselmotoren die in het verkeer zijn gebracht nadat de typekeuring ten aanzien van de luchtverontreiniging heeft plaatsgevonden aan de hand van de in Richtlijn 72/306/EEG voorgeschreven methode is daarmee niet goed te rijmen de stelling van de betrokkene, dat de meetmethode in strijd zou zijn met de officiële fabrieksgegevens.
3.9. Door het betrokken voertuig niet ter keuring aan te bieden, heeft de betrokkene bewust het risico genomen, dat aan hem ter zake van overtreding van art. 72 WVW Pro 1994 een administratieve sanctie zou kunnen worden opgelegd. De gevolgen van deze weloverwogen keuze dienen voor zijn rekening te blijven.
3.10. Nu ook overigens niet is gebleken van omstandigheden die het opleggen van de sanctie niet billijken dan wel dat deze aanleiding zouden moeten geven tot matiging van de sanctie, is aan de betrokkene terecht de onderhavige sanctie opgelegd. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs. Weenink als voorzitter, Dijkstra en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.