ECLI:NL:GHLEE:2003:AF8451
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid in verzet tegen dwangbevel wegens onvoldoende zekerheidstelling
De betrokkene was door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen een dwangbevel wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en betaling van griffierecht. Het hof beoordeelde dat de mededelingen van de griffier niet voldeden aan de wettelijke eisen van art. 26a WAHV, omdat niet duidelijk was gemaakt dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
Hoewel de betrokkene de zekerheid en het griffierecht niet binnen de gestelde termijn had voldaan, had hij dit alsnog na afloop van de termijn gedaan. Het hof besloot daarom het hoger beroep ontvankelijk te verklaren. Tevens oordeelde het hof dat de procedure in hoger beroep te lang had geduurd zonder bijzondere omstandigheden, waardoor beginselen van behoorlijke procesorde waren geschonden.
Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter, verklaarde het verzet gegrond en bepaalde dat de reeds betaalde bedragen aan de betrokkene worden gerestitueerd. Hiermee werd verdere tenuitvoerlegging van het dwangbevel voorkomen omdat dit in strijd zou zijn met beginselen van behoorlijk bestuur.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk, vernietigt de beschikking van de kantonrechter en verklaart het verzet gegrond met restitutie van betaalde bedragen.