ECLI:NL:GHLEE:2003:AF9118
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige zekerheidstelling WAHV
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet binnen de in art. 11 WAHV Pro gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie.
In hoger beroep werd niet betwist dat de zekerheid niet tijdig was gesteld en dat het verzuim niet was hersteld. De betrokkene voerde aan dat de mededeling van de officier van justitie over de zekerheidstelling onduidelijk was en dat het ontbreken van zekerheid hem niet kon worden aangerekend.
Het hof oordeelde dat de mededelingen van de officier van justitie aan alle wettelijke eisen voldeden en dat de betrokkene geen contact had gezocht om onduidelijkheden weg te nemen. Daarom was het oordeel van de kantonrechter juist en werd het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het beroep van de betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie.