ECLI:NL:GHLEE:2003:AF9143

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00164
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RVV1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor niet rechts houden op autoweg ondanks spoorvorming

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €81,68 opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg, vastgesteld op 27 december 2001 op de A7 te Bolsward. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde dat hij vanwege spoorvorming en een laag water op de rechterrijstrook om veiligheidsredenen op de linkerrijstrook reed.

Het hof overwoog dat artikel 3 van Pro het RVV1990 bestuurders verplicht zoveel mogelijk rechts te houden, waarbij de rechterrijstrook in beginsel gevolgd moet worden. De verbalisant verklaarde dat de rechterrijstrook over een afstand van tenminste 3000 meter geheel vrij van verkeer was en dat er geen omstandigheden waren die het niet rechts houden noodzaakten.

Het hof oordeelde dat de concrete situatie niet rechtvaardigde dat betrokkene niet rechts hield, ook niet vanwege zijn veiligheidsargument. De rechterrijstrook was immers beschikbaar. Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de boete.

Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van €81,68 voor het niet zoveel mogelijk rechts houden op de autoweg.

Uitspraak

WAHV 03/00164
7 mei 2003
CJIB 59048116698
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Leeuwarden
van 14 januari 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € Euro 81,68 opgelegd ter zake van "niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg", welke gedraging zou zijn verricht op 27 december 2001 op de A7 te Bolsward.
3.2. De betrokkene bestrijdt niet dat hij op de linkerrijstrook heeft gereden, terwijl hij - naar het hof begrijpt - niet bezig was andere voertuigen in te halen, maar hij bestrijdt, dat er sprake was van niet "zoveel mogelijk" rechtshouden. Hij stelt daartoe, dat de rechterrijstrook ten gevolge van spoorvorming bedekt was met een laag water en dat hij om veiligheidsredenen op de linkerrijstrook heeft gereden, omdat daar het wegdek beter was.
3.3. Het zaakoverzicht houdt, als op ambtsbelofte opgemaakte toelichting van de verbalisant, in: "Ik zag dat de bestuurder de linker rijstrook volgde over een afstand van tenminste 3000 m. De rijstrook, welke rechts naast de gevolgde rijstrook was gelegen, was over die afstand geheel vrij van verkeer. Er waren geen omstandigheden die het niet zoveel mogelijk rechts houden noodzaakten."
3.4. Art. 3, eerste lid, RVV1990 luidt:
"Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden."
3.5. De Nota van Toelichting op art. 3 van Pro het RVV1990 houdt voor zover hier van belang in:
"Artikel 3 bevat Pro de basisregel ten aanzien van de plaats op de weg voor bestuurders. Zij houden op het voor hen bestemde weggedeelte zoveel mogelijk rechts. Wat onder "zoveel mogelijk" dient te worden verstaan, wordt bepaald door de concrete situatie. Ingeval een rijbaan is verdeeld in rijstroken zal ingevolge artikel 3 in Pro beginsel de meest rechts gelegen rijstrook moeten worden gevolgd."
3.6. De concrete situatie, zoals die zich voordeed, kan niet zoals de betrokkene ingang wil doen vinden leiden tot de conclusie, dat hij zoveel mogelijk rechts heeft gehouden. De rechter rijstrook was immers beschikbaar. Het feit, dat naar het oordeel van de betrokkene het berijden van de linkerrijstrook veiliger zou zijn, maakt dat niet anders.
3.7. Naar het oordeel van het hof staat derhalve vast dat de gedraging door de betrokkene is begaan. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.