ECLI:NL:GHLEE:2003:AF9580

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00073
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Poelman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring van de kantonrechter inzake administratieve sanctie

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem, die het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk heeft verklaard. De betrokkene, gevestigd te [plaatsnaam], heeft op 30 augustus 2002 een beslissing ontvangen, waartegen zij op 3 december 2002 een beroepschrift heeft ingediend. Dit beroepschrift is echter niet tijdig ingediend, aangezien de termijn van zes weken, die begint op de dag na de verzending van de bestreden beslissing, op 30 september 2002 is aangevangen. Het hof heeft vastgesteld dat de betrokkene niet binnen deze termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie.

Het hof heeft verder beoordeeld of de betrokkene in verzuim is geweest. De kantonrechter had de betrokkene in de Nederlandse taal gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen, maar niet in de Duitse taal. Dit heeft het hof doen besluiten dat de betrokkene redelijkerwijs niet in verzuim kan worden geacht. Desondanks heeft de betrokkene niet voldaan aan de verplichting om zekerheid te stellen, ondanks dat zij meerdere keren in de gelegenheid is gesteld om dit te doen.

Uiteindelijk heeft het hof geoordeeld dat de beslissing van de kantonrechter moet worden bevestigd, omdat de betrokkene niet heeft voldaan aan de eisen die aan haar zijn gesteld. Het hof heeft de beslissing van de kantonrechter bevestigd, waarmee de niet-ontvankelijk verklaring in stand blijft.

Uitspraak

WAHV 03/00073
23 april 2003
CJIB 79046292654
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem
van 30 augustus 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de artt. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.
3.2. Het beroepschrift is gedateerd 3 december 2002 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 5 december 2002 bij het arrondissementsparket te Arnhem ingekomen. Aangezien de bestreden beslissing blijkens een daarop gestelde aantekening op 30 september 2002 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.
3.3. Ingevolge art. 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.4. Onder de beslissing van de kantonrechter is de betrokkene in de Nederlandse taal gewezen op de mogelijkheid om daartegen hoger beroep in te stellen. Nu de rechtsmiddelverwijzing niet in de Duitse taal is gesteld, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is geweest. Het hof acht het hoger beroep daarom ontvankelijk.
3.5. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
3.6. Bij de stukken bevinden zich twee in de Duitse taal gestelde brieven van de officier van justitie van 2 april 2002 en 3 mei 2002 aan de betrokkene, waarin zij wordt gewezen op de verplichting om zekerheid te stellen. In eerstgenoemde brief wordt vermeld, dat de zekerheidstelling binnen dertig dagen na de verzenddatum dient te worden overgemaakt naar rekeningnummer 347609 van het CJIB te Leeuwarden. In de brief van 3 mei 2002 wordt aangegeven, dat de zekerheidstelling binnen twee weken na de verzenddatum kan worden betaald door middel van de acceptgiro of door overmaking op het rekeningnummer van het CJIB te Leeuwarden. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt, dat daardoor de brieven niet voldoen aan alle voorschriften, die aan een mededeling als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV moeten worden gesteld, omdat in dit geval daarin het rekeningnummer van het CJIB in Duitsland moet worden vermeld.
3.7. Naar het hof ambtshalve bekend is kan het bedrag van de zekerheid door in Duitsland wonende of gevestigde betrokkenen ook worden gestort op het rekeningnummer van het CJIB in Duitsland, te weten Postcheckconto 45050-664 Niederlassung Saarbrücken, Bankleitzahl 590100-66 (met vermelding van het CJIB-nummer). Overigens bevindt zich bij de gedingstukken een in de Duitse taal gestelde brief van de griffier van de rechtbank van 18 juli 2002 aan de betrokkene, waarbij zij nogmaals in de gelegenheid wordt gesteld om zekerheid te stellen en waarin voormeld rekeningnummer van het CJIB in Duitsland is vermeld.
3.8. Naar het oordeel van het hof kan echter niet worden gezegd, dat de mededelingen van de officier van justitie omtrent zekerheidstelling door het niet vermelden van het rekeningnummer van het CJIB in Duitsland niet voldoen aan de eisen van art. 11, derde lid, WAHV. De wet stelt immers slechts als eis, dat zekerheid wordt gesteld, hetzij door middel van de aan de betrokkene toegezonden acceptgiro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het CJIB. Daarbij komt nog, dat indien de termijn voor een in Duitsland wonende of gevestigde betrokkene te kort is om tijdig zekerheid te stellen op het rekeningnummer van het CJIB in Leeuwarden, niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege dient te blijven, omdat in dat geval redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.9. In aanmerking genomen, dat de betrokkene drie keer in de gelegenheid is gesteld om zekerheid te stellen en de betrokkene niettemin geen zekerheid heeft gesteld, dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.