ECLI:NL:GHLEE:2003:AF9607

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02/01378
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Poelman
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen snelheidsovertreding op autosnelweg met correcte snelheidsmeting

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid op de Rijksweg A1 te Barneveld op 27 september 2001. De snelheid werd vastgesteld door een surveillancevoertuig dat met een constante gecorrigeerde snelheid van 143 km/u reed, terwijl het voertuig van betrokkene merkbaar dichterbij kwam.

De kantonrechter had het beroep van betrokkene gegrond verklaard omdat onvoldoende vaststond dat betrokkene daadwerkelijk 150 km/u had gereden. De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Betrokkene maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift.

Het hof oordeelt dat de snelheidsovertreding voldoende betrouwbaar is vastgesteld, aangezien de gemeten snelheid van het surveillancevoertuig als referentie geldt en het voertuig van betrokkene gedurende enige tijd sneller reed. De ontkenning van betrokkene dat hij te hard reed, en zijn stelling dat hij ongeveer 110 km/u reed, overtuigen het hof niet.

Daarom vernietigt het hof het vonnis van de kantonrechter en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De administratieve sanctie blijft van kracht.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.

Uitspraak

WAHV 02/001378
23 april 2003
CJIB 19047578745
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem
van 20 september 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem gegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 170,-- (Euro€ 77,14) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 27 september 2001 op de Rijksweg A1 te Barneveld.
3.2. De kantonrechter heeft zijn beslissing gebaseerd op zijn oordeel dat door de wijze van constateren van de door de betrokkene beweerdelijk gereden snelheid in onvoldoende mate vaststaat dat de werkelijk door hem gereden snelheid 150 km per uur heeft bedragen. Hiertoe heeft de kantonrechter overwogen: "Uit de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht op de gedraging blijkt, dat de geschatte snelheid van 150 km/u werd vastgesteld, doordat de afstand tussen het surveillancevoertuig en het voertuig van appellant, dat van achteren naderde, merkbaar kleiner werd."
3.3. De officier van justitie voert in zijn beroepschrift aan, dat de werkelijk gereden en in de beschikking vermelde snelheid niet 150 km/u, maar met inachtneming van de bij het surveillancevoertuig behorende correctietabel 143 km/u is en voorts, dat de wijze waarop de snelheid is gemeten sinds jaar en dag wordt toegepast.
3.4. Het zaakoverzicht houdt als op ambtseed opgemaakte toelichting van de verbalisant in: "De wekelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de geteste snelheidsmeter van het surveillancevoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het surveillancevoertuig en het voertuig dat van achteren naderde merkbaar kleiner werd.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 150 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 143 km per uur.
Geschatte snelheid betrokkene: 150 km per uur.
Toegestane snelheid: 120 km per uur.
Meetafstand: 1000 m.
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig het betreffende testrapport, uitgevoerde correctie op de afgelezen snelheid van de snelheidsmeter.
3.5. Een aanvullend proces-verbaal, op ambtseed opgemaakt d.d. 14 februari 2002 door de verbalisant, houdt - voor zover hier van belang - in: "(...) kan ik mij nog wel herinneren dat wij bezig waren een voorligger te volgen voor overschrijding van de maximumsnelheid. Tijdens het volgen van dit voertuig zag ik in mijn binnenspiegel betrokkene naderen. Na ongeveer een kilometer ben ik van het gas afgegaan en heb de betrokkene voorbij laten komen. Op dat moment reden wij inderdaad ongeveer 100 kilometer per uur, omdat betrokkene bij het zien van ons dienstvoertuig zijn snelheid abrupt verminderde."
3.6. Uit hetgeen hiervoor is weergegeven blijkt, dat de snelheid van 150 km per uur als gemeten en 143 km per uur als gecorrigeerde snelheid de snelheid betreft die de verbalisant met het surveillancevoertuig gedurende ongeveer 1000 meter heeft aangehouden, terwijl hij over die afstand met die snelheid rijdende zag, dat het door de betrokkene bestuurde voertuig op hem inliep. Aldus kan het niet anders of de betrokkene heeft gedurende enige tijd met een snelheid gereden, die hoger is geweest dan de door het surveillancevoertuig aangehouden constante snelheid over het aangegeven traject. Door de snelheidsovertreding vast te stellen op de, - als voormeld gecorrigeerde -, overschrijding van de toegestane snelheid door het surveillancevoertuig is in beginsel sprake van een voldoende betrouwbare en voor de betrokkene niet nadelige meting.
3.7. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij stelt, dat hij ten tijde van de gestelde gedraging reed met een snelheid van ongeveer 110 km per uur. Hij zag de politieauto voor zich rijden en zag dat de afstand tussen hem en de politieauto kleiner werd. De politieauto reed toen hij deze passeerde ongeveer 100 km per uur.
3.8. Hetgeen de betrokkene aanvoert geeft het hof onvoldoende reden te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant. Dat de betrokkene tijdens het voorbijrijden van de politieauto niet te snel reed is in overeenstemming met de waarneming van de verbalisant, dat de betrokkene - kennelijk bij het zien van het politievoertuig - abrupt snelheid minderde.
3.9. Naar de overtuiging van het hof staat vast dat de gedraging is verricht. Derhalve dient de beslissing van de kantonrechter te worden vernietigd en het door de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ingestelde beroep alsnog ongegrond te worden verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het ingestelde beroep alsnog ongegrond;
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.