ECLI:NL:GHLEE:2003:AG1673
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- F.J.W. Drion
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt omzetbelastingplicht bij ingebruikneming nieuwbouw Justitiële Jeugdinrichting
De zaak betreft een geschil over de toepassing van artikel 3, lid 1, aanhef en onder h. van de Wet op de omzetbelasting bij de ingebruikneming van nieuwbouw door een particuliere Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Belanghebbende, een particuliere JJI, betwistte de naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de inspecteur, stellende dat zij geen ondernemer is en vrijgestelde prestaties verricht.
Het hof stelt vast dat belanghebbende als zelfstandig rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid bedrijfsmatig deelneemt aan het economische verkeer door het verrichten van prestaties aan het ministerie van Justitie, waarvoor zij subsidie ontvangt. Ondanks de strikte voorwaarden opgelegd door het ministerie, heeft belanghebbende voldoende zelfstandigheid om als ondernemer te worden aangemerkt.
Verder oordeelt het hof dat de prestaties van opvang en behandeling van jeugdigen onder de vrijstelling van artikel 11, lid 1, aanhef en onder c van de wet vallen, omdat deze niet met winstbejag worden verricht. De ingebruikneming van de nieuwbouw wordt gezien als een levering voor bedrijfsdoeleinden onder artikel 3, lid 1, aanhef en onder h., waardoor omzetbelasting verschuldigd is.
Het hof wijst het beroep op het Besluit van 30 november 1994 af, omdat dit alleen geldt voor woningcorporaties, gemeentelijke woningbedrijven en soortgelijke instellingen, en niet voor een JJI. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de ingebruikneming van de nieuwbouw door de particuliere JJI omzetbelastingplichtig is en verklaart het beroep ongegrond.