ECLI:NL:GHLEE:2003:AH8687
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bestaan van een vennootschap onder firma en investeringsaftrek in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende en haar echtgenoot voerden een geschil over de fiscale behandeling van hun onderneming in het jaar 1999. De kernpunten betroffen het tijdstip van het ontstaan van de vennootschap onder firma (v.o.f.), de toekenning van investeringsaftrek voor bedrijfsmiddelen en de rechtmatigheid van een verzuimboete wegens te late indiening van de aangifte.
Uit de feiten bleek dat de v.o.f. formeel werd opgericht in april 2000, met een geregistreerde firmaovereenkomst per 1 mei 2000. Voor 1999 presenteerde de echtgenoot zich als eenmanszaak, wat werd bevestigd door de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en de facturatie op zijn naam. De inspecteur wees terugwerkende kracht voor de v.o.f. af, conform het beleid dat terugwerkende kracht niet verder gaat dan het begin van het kalenderjaar van oprichting.
De investeringsaftrek voor ingebrachte bedrijfsmiddelen werd niet nader beoordeeld omdat het hof oordeelde dat dit niet relevant was gezien het ontbreken van een v.o.f. in 1999. De verzuimboete werd bevestigd omdat de aangifte bewust op de laatste dag van de termijn werd gepost, waardoor tijdige ontvangst bij de inspecteur niet aannemelijk was. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag en verzuimboete wordt ongegrond verklaard.