ECLI:NL:GHLEE:2003:AH8923
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inkomstenbelastingheffing over winst uit vastgoedtransacties
Belanghebbende werd aangeslagen voor inkomstenbelasting over het jaar 1997, waarbij de inspecteur een bedrag van ƒ 783.042,- als inkomsten uit arbeid bij het belastbaar inkomen heeft geteld. Dit betrof het voordeel behaald uit de aankoop, verbouwing, verhuur en verkoop van een winkelpand. Belanghebbende stelde dat zij het pand niet met het oogmerk van winst had gekocht en dat de verbouwing slechts diende om het pand verhuurklaar te maken.
Het hof stelde vast dat belanghebbende het pand op 10 juni 1997 had gekocht voor ƒ 750.324,24 en het op 18 december 1997 had verkocht voor ƒ 2.025.000,-. Tevens was het pand verhuurd aan een grote huurder tegen een aanzienlijke huurprijs. Uit diverse stukken bleek dat de partner van belanghebbende, directeur van een BV met ervaring in projectontwikkeling, een belangrijke rol had gespeeld bij het tot stand brengen van de huurrelatie en de verkoop.
Het hof concludeerde dat het pand met het oogmerk van winst werd gekocht en dat dit voordeel ten tijde van aankoop voorzienbaar was. De deskundigheid van de partner werd geacht ten dienste van belanghebbende te zijn gesteld om het voordeel te behalen. De klacht over onvoldoende voortvarendheid van de inspecteur werd verworpen omdat de termijnen waren nageleefd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Het hof zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.