ECLI:NL:GHLEE:2003:AH9572
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Huiskes
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag successierechten na beroep van erfgenamen
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de verkrijging van mevrouw B in het kader van de successierechten moest worden vastgesteld op f 7.500,- in plaats van f 28.500,-. De Belastingdienst had een navorderingsaanslag opgelegd waarbij een bedrag van f 28.500,- was belast met schenkingsrecht. De erfgenamen maakten bezwaar en kwamen in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Tijdens het geding werd vastgesteld dat mevrouw B in de jaren 1995 tot en met 1997 bedragen had ontvangen van mevrouw X, de overledene en haar tante. De inspecteur had het gehele bedrag van f 31.500,- als schenking aangemerkt, wat door het hof eerder onherroepelijk was bevestigd. Het geschil betrof de juiste hoogte van de verkrijging van mevrouw B.
Het hof oordeelde dat er geen reden was om de verkrijging lager te stellen dan f 28.500,-, maar dat de navorderingsaanslag verminderd moest worden met f 11.784,- vanwege verrekening van schenkingsrecht. Hierdoor werd het totaal te betalen bedrag teruggebracht tot f 10.786,-. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de erfgenamen.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige vaststelling van verkrijgingen en de correcte toepassing van verrekeningen binnen het successierecht. Het hof heeft het beroep gegrond verklaard en de navorderingsaanslag aangepast.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag verminderd tot f 10.786,- met vergoeding van proceskosten.