ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0422
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Streppel
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opeisbaarheid voorwaardelijke ontbindingsvergoeding bij ontslag op staande voet
In deze zaak staat centraal of een door de kantonrechter voorwaardelijk toegekende ontbindingsvergoeding direct opeisbaar is, ondanks dat nog niet onherroepelijk is vastgesteld of het ontslag op staande voet terecht is gegeven.
De appellant, sinds 1992 in dienst bij de geïntimeerde, werd op 15 augustus 2002 op staande voet ontslagen. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk per 1 november 2002, onder toekenning van een vergoeding, maar stelde dat deze vergoeding pas opeisbaar is indien onherroepelijk wordt vastgesteld dat het ontslag niet rechtsgeldig is. Appellant startte een bodemprocedure tot vernietiging van het ontslag, die nog loopt.
Het hof overweegt dat het arrest van de Hoge Raad uit 1997 niet van toepassing is omdat de kantonrechter hier een andere voorwaarde stelde, namelijk dat de ontbinding afhankelijk is van een onherroepelijke uitspraak. Omdat deze voorwaarde nog niet is vervuld, kan de vergoeding niet worden geëxecuteerd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellant in de kosten.
Uitkomst: De voorwaardelijk toegekende ontbindingsvergoeding is niet opeisbaar voordat onherroepelijk is vastgesteld dat het ontslag op staande voet onterecht is.