ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0708
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Boon
- Melssen
- Tromp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verlenging termijn instellen eis in hoofdzaak
In deze zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de voorzieningenrechter die de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak heeft verlengd. Zij stelden dat deze beslissing tot stand is gekomen met verzuim van essentiële vormen, omdat zij niet als belanghebbenden zijn gehoord, waardoor het recht op hoor en wederhoor en artikel 6 lid 1 EVRM Pro zou zijn geschonden.
Het hof overweegt dat de verlenging van de termijn voor het instellen van de eis niet vatbaar is voor hoger beroep op grond van artikel 700 lid 3 derde Pro volzin Rv. De voorzieningenrechter verleent verlof tot beslag na summier onderzoek en is niet verplicht de schuldenaar of belanghebbenden te horen. Dit verlof is een verklaring van geen bezwaar en geen definitieve beslissing over de rechtsvordering.
Het hof stelt dat het beginsel van hoor en wederhoor niet vereist dat belanghebbenden worden gehoord bij het verlenen van verlof tot beslag of de verlenging van de termijn daarvoor. Ook is de verlenging van de termijn geen beslissing over een burgerlijk recht of plicht in de zin van artikel 6 EVRM Pro. Bovendien biedt artikel 705 Rv Pro de mogelijkheid om het beslag in kort geding te laten opheffen.
Daarom verklaart het hof appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep en veroordeelt hen in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak.