ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0843
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de fiscale behandeling van een netto ontvangen afkoopsom in inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende was in dienst bij firma A, waarvan de dienstbetrekking in 1995 eindigde wegens niet-nakoming van loonbetalingen door A. In 1996 ontving belanghebbende een bedrag van ƒ 70.000 als afkoopsom, waarvan ƒ 36.664 netto was betaald zonder inhouding van loonheffing. De vraag was hoe dit bedrag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen moest worden verantwoord.
Belanghebbende stelde dat het netto bedrag gebruteerd moest worden tot ƒ 73.328, met verrekening van loonheffing, omdat hij erop mocht vertrouwen dat A de loonheffing zou inhouden. De inspecteur stelde dat het bedrag bruto moest worden genomen zonder verrekening van loonheffing, omdat A die niet had ingehouden en er geen rechtvaardiging was voor verrekening.
Het hof oordeelde dat gezien het nalatige gedrag van A en het dreigend faillissement, belanghebbende niet mocht vertrouwen op inhouding van loonheffing door A. Ook het vonnis van de kantonrechter bood geen rechtsgrond voor dat vertrouwen. Het beroep op toezeggingen door de inspecteur werd niet aannemelijk gemaakt. Daarom mocht alleen de nageheven loonheffing van ƒ 5.306 worden verrekend.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 133.007 met verrekening van ƒ 31.310 aan loonheffing. Tevens werden proceskosten toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en het belastbaar inkomen wordt vastgesteld op ƒ 133.007 met verrekening van ƒ 31.310 aan loonheffing.