ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0969

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 mei 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00068
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. Dijkstra
  • A. Poelman
  • J. van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van administratieve sanctie wegens overschrijding maximumsnelheid

In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 21 mei 2003 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht van 26 september 2002. De betrokkene, die als kentekenhouder was aangesproken, had een administratieve sanctie van fl. 190,- (Euro 86,22) opgelegd gekregen wegens overschrijding van de maximumsnelheid op de N237 Utrechtseweg te Amersfoort op 24 augustus 2001. De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld, waarbij hij betwistte dat hij op het aangegeven tijdstip ter plaatse was. Hij voerde aan dat hij op dat moment een afspraak had in Deventer, wat hem onmogelijk maakte om op het tijdstip van de overtreding gefotografeerd te zijn. De advocaat-generaal heeft gereageerd op de bezwaren van de betrokkene, maar het hof oordeelde dat de onjuistheid van het tijdstip in de inleidende beschikking niet automatisch leidt tot vernietiging van die beschikking, mits de onjuistheden niet zodanig zijn dat er bij de betrokkene redelijkerwijs misverstand kan zijn ontstaan over de gedraging waarop de sanctie betrekking heeft. Het hof heeft vastgesteld dat de gedraging is verricht en dat de sanctie terecht is opgelegd. De beslissing van de kantonrechter is dan ook bevestigd.

Uitspraak

WAHV 03/00068
21 mei 2003
CJIB 79045810675
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Utrecht
van 26 september 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 190,-- (Euro€ 86,22) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1); > 20 en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 24 augustus 2001 op de N237 Utrechtseweg te Amersfoort.
3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht op het tijdstip dat in de beschikking staat aangegeven, te weten: 16.11 uur. Hij schrijft: "Hoewel uit bijgevoegde foto niet blijkt dat het mijn auto niet is, heeft u niet gereageerd op mijn inhoudelijk bezwaar. Mijn bezwaarschrift richt zich op het feit dat ik op het aangegeven tijdstip niet ter plaatse kan zijn geweest. Op de bewuste datum had ik een afspraak om 15.00 uur in het Postiljonmotel te Deventer met een architect, de heer H. Ekkels. Wij begonnen om exact 15.00 uur en beëindigden de afspraak rond 16.00 uur. De route Deventer Soest duurt, afhankelijk van de (vrijdag)drukte, circa 40 minuten. Het is dus onmogelijk dat ik om 16.11 uur gefotografeerd ben! (...) Voor de goede orde wil ik stellen dat het niet ondenkbaar is dat ik op een later tijdstip gefotografeerd ben. Ook heb ik geen moeite om een overtreding te betalen indien ik deze begaan heb, maar dan moet de overtreding wel begaan zijn." In het dossier bevindt zich een verklaring van de heer Ekkels, die inhoudt dat het gesprek op 24 augustus 2002 (het hof leest: 2001) kort voor 16.00 uur werd beëindigd.
3.3. Aan het beroep ligt kennelijk de opvatting ten grondslag, dat indien het tijdstip waarop de gedraging zou zijn verricht in de inleidende beschikking niet juist zou zijn weergegeven dit zou moeten leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking. Deze opvatting is in verband met het navolgende onjuist.
3.4. De memorie van toelichting op het wetsontwerp dat heeft geleid tot de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften houdt voor zover te dezen van belang in (Kamerstukken II, 1987/1988, 20329, nr. 3, p. 40):
"In de schriftelijke beschikking, waarbij de administratieve sanctie wordt opgelegd, dient voor de duidelijkheid van de justitiabele een korte omschrijving van de gedraging te worden opgenomen. In aanvulling op het commissie-voorstel is bepaald dat de beschikking gedagtekend dient te zijn. Tevens dient de beschikking de datum en het tijdstip waarop, alsmede de plaats, waar de gedraging is geconstateerd, te vermelden. Op deze wijze wordt degene aan wie de sanctie wordt opgelegd, in staat gesteld om zelf na te gaan op welke gedraging de administratieve sanctie betrekking heeft".
Dit brengt mee, dat de omstandigheid dat de inleidende beschikking onjuistheden bevat, niet tot vernietiging van de beschikking behoeft te leiden ingeval die onjuistheden niet zodanig zijn, dat bij de betrokkene redelijkerwijs misverstand kan zijn ontstaan omtrent de vraag op welke gedraging de hem opgelegde sanctie betrekking heeft en waartegen hij zich moet verdedigen (vgl. HR 20 april 1993, VR 1993/109).
3.5. Gelet op de inhoud van het zaakoverzicht, zakelijk weergegeven inhoudende, dat op 24 augustus 2001 te 16.11 uur is geconstateerd, dat met de personenauto met het kenteken 25-DH-HK op de N 237 Utrechtseweg te Amersfoort is gereden met een snelheid van (gemeten) 74 km per uur en (gecorrigeerd) van 71 km per uur, en dat de gereden snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel, gelet op de in het dossier aanwezige foto's van de gedraging en gelet op het feit, dat door de betrokkene slechts het tijdstip van de gedraging wordt betwist, behoeft - ook wanneer juist zou zijn, dat het door de verbaliserende ambtenaar vermelde tijdstip van de gedraging niet juist zou zijn - een en ander niet te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking.
3.6. Naar het oordeel van het hof staat vast dat de gedraging is verricht en het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van Meester als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.