ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1096

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 juni 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00294
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 lid 3 WAHVArt. 13 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping hoger beroep tegen administratieve sanctie WAHV wegens onvoldoende appelgrens

Betrokkene was door de officier van justitie beboet met een administratieve sanctie van €40,84 wegens een overtreding van de Wegenverkeerswet (WAHV). Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.

Het hof overwoog dat op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep alleen mogelijk is indien de sanctie meer bedraagt dan €70 of indien betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid. De opgelegde sanctie van €40,84 lag onder deze appelgrens, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk kon worden verklaard.

Betrokkene voerde aan dat de appelgrens discriminerend was en dat door de afwezigheid van de officier van justitie bij de zitting van de kantonrechter zijn recht op een eerlijk proces was geschonden. Het hof verwierp deze bezwaren, stellende dat de aanwezigheid van de officier van justitie wel gewenst maar niet wettelijk vereist is en dat geen sprake was van een oneerlijke of onpartijdige behandeling.

Het hof concludeerde dat de kantonrechter terecht inhoudelijk op de grieven had beslist en dat er geen reden was om het hoger beroep toe te laten. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt verworpen vanwege het niet voldoen aan de appelgrens en het ontbreken van schending van het recht op een eerlijk proces.

Uitspraak

WAHV 03/00294
25 juni 2003
CJIB 39045952608
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Maastricht
van 5 november 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro € 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € Euro 40,84 (ƒ 90,--).
3.2. Het beroepschrift strekt ten betoge dat de betrokkene niettemin in zijn hoger beroep kan worden ontvangen, omdat de appelgrens van Euro€ 70-- discriminerend zou zijn. De betrokkene beroept zich daarmee op schending van zijn burgerrechten.
3.3. Art. 14, eerste lid, WAHV is niet strijdig met art. 6 EVRM Pro (Hof Leeuwarden, 14 juni 2000, VR 2000, 161). Het betoog van de betrokkene faalt derhalve.
3.4. Voor zover de betrokkene met hetgeen hij overigens, onder 1. t/m 5., tegen de beslissing van de kantonrechter aanvoert, wil betogen dat hij in zijn beroep moet worden ontvangen, overweegt het hof dat de kantonrechter - expliciet, dan wel impliciet - inhoudelijk heeft beslist op de punten 2. t/m 5. Van belang is hierbij dat de kantonrechter had kunnen oordelen dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden, het opleggen van een sanctie niet billijken, dan wel dat, gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, een lager bedrag van de administratieve sanctie diende te worden vastgesteld. Het enkele feit dat de kantonrechter de grieven niet heeft gehonoreerd brengt niet mee dat hij is getreden buiten het toepassingsgebied van art. 13 WAHV Pro dan wel dat hij zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging heeft geschonden dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling.
Voor het onder 1. opgeworpen bezwaar, dat door afwezigheid van de officier van justitie ter zitting van de kantonrechter de betrokkene zich niet behoorlijk heeft kunnen verdedigen, geldt dat de aanwezigheid van de officier van justitie ter zitting wel gewenst, maar niet wettelijk vereist is (HR 18 januari 1994, VR 1994/49) en dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene zich ten gevolge van de afwezigheid van de officier van justitie niet behoorlijk heeft kunnen verdedigen. Er is derhalve geen reden om er van uit te gaan dat er geen sprake was van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Ook voor het overige faalt het betoog van de betrokkene derhalve.
3.5. Het beroep van de betrokkene zal worden verworpen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.