ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1096
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep tegen administratieve sanctie WAHV wegens onvoldoende appelgrens
Betrokkene was door de officier van justitie beboet met een administratieve sanctie van €40,84 wegens een overtreding van de Wegenverkeerswet (WAHV). Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep alleen mogelijk is indien de sanctie meer bedraagt dan €70 of indien betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid. De opgelegde sanctie van €40,84 lag onder deze appelgrens, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk kon worden verklaard.
Betrokkene voerde aan dat de appelgrens discriminerend was en dat door de afwezigheid van de officier van justitie bij de zitting van de kantonrechter zijn recht op een eerlijk proces was geschonden. Het hof verwierp deze bezwaren, stellende dat de aanwezigheid van de officier van justitie wel gewenst maar niet wettelijk vereist is en dat geen sprake was van een oneerlijke of onpartijdige behandeling.
Het hof concludeerde dat de kantonrechter terecht inhoudelijk op de grieven had beslist en dat er geen reden was om het hoger beroep toe te laten. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt verworpen vanwege het niet voldoen aan de appelgrens en het ontbreken van schending van het recht op een eerlijk proces.