ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1104
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.S. Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over correctie omzetbelasting wegens leningen en negatieve kassen
Belanghebbende, ondernemer in kledingstoffen en fournituren, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor het jaar 1999 wegens correcties op omzetbelasting gerelateerd aan leningen en negatieve kassen. De inspecteur stelde dat bedragen van in totaal ƒ 36.750,-- niet waren onderbouwd als leningen of giften, maar als verzwegen opbrengsten uit de onderneming.
Na twee boekenonderzoeken en meerdere bezwaarschriften handhaafde de inspecteur de naheffingsaanslagen. Belanghebbende stelde dat het ging om leningen of giften van haar vader, maar kon dit niet aantonen met ondertekende verklaringen of schriftelijke bewijsstukken.
Het hof oordeelde dat de door belanghebbende overgelegde documenten onvoldoende bewijs vormden, mede omdat verklaringen van de vader ontbraken en de stelling dat hij niet wilde tekenen ongeloofwaardig was. Hierdoor werd het beroep ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen gehandhaafd.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak bevestigt dat de bewijslast voor het aannemelijk maken van leningen of giften bij de belanghebbende ligt en dat het ontbreken van bewijs leidt tot handhaving van belastingcorrecties.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen omzetbelasting worden gehandhaafd.