ECLI:NL:GHLEE:2003:AJ6846
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- H.S. Pruiksma
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en vergrijpboete inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende, directeur en grootaandeelhouder van een B.V. die vennoot is in een vof, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 en een vergrijpboete. De inspecteur stelde dat privé-uitgaven ten onrechte als investeringen van de vof waren geboekt, waardoor de winst van de vof te laag werd vastgesteld.
De feiten wezen uit dat aanzienlijke kosten voor privé-bestedingen, zoals kunststofkozijnen en isolatieglas in de privéwoning van belanghebbende, waren opgenomen als investeringen in de vof. Dit leidde tot een onjuiste winstbepaling en een bewuste vermogensverschuiving van de B.V. naar belanghebbende als aandeelhouder.
Het hof oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd en dat de boete passend was, gelet op het voorwaardelijk opzet van belanghebbende en de ernst van het vergrijp. Tevens werd geoordeeld dat de door belanghebbende aangevoerde termijnoverschrijding geen schending van het EVRM opleverde.
Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag en vergrijpboete.