ECLI:NL:GHLEE:2003:AL1910
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling contractuele aansprakelijkheid en contractsovername bij aannemingsovereenkomst
In deze zaak stond centraal of geïntimeerde 2 ook zelfstandig partij was bij de aannemingsovereenkomst van 6 juni 1997, en of de contractuele verplichtingen waren overgenomen door de zoon van geïntimeerde 1. Het hof stelde vast dat uit de overeenkomst en verklaringen bleek dat geïntimeerde 2 niet zelfstandig partij was, maar dat de situatie eerder leek op een overeenkomst van opdracht conform art. 7:404 BW Pro.
Verder werd geoordeeld dat er geen geldige contractsovername had plaatsgevonden door de zoon van geïntimeerde 1, omdat geen akte was opgemaakt en medewerking van appellant ontbrak. Hierdoor bleef geïntimeerde 1 contractspartij en aansprakelijk voor haar verplichtingen.
Wat betreft de vordering wegens wanprestatie stelde het hof vast dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat de meerkosten voor het koperen dak het gevolg waren van wanprestatie. Ook de gevorderde extra huurkosten werden afgewezen omdat deze niet door appellant zelf waren betaald en onvoldoende was aangetoond dat deze noodzakelijk waren.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank deels op andere gronden en wees het voorwaardelijk incidenteel appel af. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellant grotendeels af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank deels op andere gronden.