ECLI:NL:GHLEE:2003:AL6340
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van betalingsovereenkomst ondanks niet-gewerkte uren werknemer
In deze civiele zaak stond centraal of appellant de overeengekomen prijs aan CBAB-STAP verschuldigd was voor niet-gewerkte uren van een werknemer. Partijen waren een schriftelijke overeenkomst aangegaan waarbij CBAB-STAP een werknemer beschikbaar stelde aan appellant voor een vastgesteld aantal uren per week.
Appellant stelde dat hij niet hoefde te betalen voor de uren die de werknemer niet had gewerkt, tenzij deze uren alsnog werden ingehaald. Het hof oordeelde echter dat CBAB-STAP niet tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat de nadere afspraken tussen appellant en werknemer niet tot een opschorting van betaling leidden.
Het hof verwierp de grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis van 8 april 2003, waarbij appellant werd veroordeeld tot betaling van de overeengekomen prijs en de kosten van het geding. De uitspraak benadrukt het belang van de schriftelijke overeenkomst en de feitelijke invulling van de arbeidsrelatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde het vonnis van 8 april 2003 en veroordeelde appellant tot betaling van de overeengekomen prijs en de kosten.