ECLI:NL:GHLEE:2003:AL6831

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juli 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00443
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake verkeersboete en kentekenverweer

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam, die op 20 februari 2003 het beroep van de betrokkene ongegrond verklaarde. De betrokkene, wonende te [woonplaats], had een administratieve sanctie van € 104,- opgelegd gekregen wegens overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen. De overtreding vond plaats op 20 januari 2002 op de Rijksweg A10 te Amsterdam, waarbij de betrokkene met zijn voertuig, een Toyota, de toegestane snelheid van 100 km/h met 27 km/h overschreed. De betrokkene heeft in zijn hoger beroepschrift aangevoerd dat op de foto van de snelheidsovertreding een sticker staat afgebeeld die hij niet op zijn auto heeft, en dat het mogelijk is om te frauderen met kentekenplaten.

Het gerechtshof heeft de zaak beoordeeld en vastgesteld dat de betrokkene als kentekenhouder is bekeurd. De rechter heeft in zijn overwegingen aangegeven dat in de regel aangenomen mag worden dat het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht hetzelfde is als dat waarvan het kenteken in het register staat. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven tot nader onderzoek, maar de betrokkene heeft geen concrete feiten aangedragen die zouden kunnen wijzen op kentekenfraude. Het hof concludeert dat de gedraging is verricht met het voertuig waarvan het kenteken op naam van de betrokkene is geregistreerd.

Uiteindelijk bevestigt het gerechtshof de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek van de betrokkene tot terugstorting van het bedrag van € 104,- af. Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 juli 2003.

Uitspraak

WAHV 03/00443
16 juli 2003
CJIB 48733952
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam
van 20 februari 2003
Betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om het bedrag ad € Euro 104,- aan hem terug te storten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 104,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (verkeersbord A1); meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 20 januari 2002 op de Rijksweg A10 te Amsterdam met een voertuig met het kenteken [kenteken].
3.2. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, d.d. 24 september 2002, houdt in - zakelijk weergegeven - dat de verbalisant met behulp van een radarsnelheidscontrolemeter heeft geconstateerd dat op 20 januari 2002 om 13.49 uur een motorvoertuig van het merk Toyota te Amsterdam op de Rijksweg A10, ter hoogte van hectometerpaal 9.3, de ter plaatse toegestane snelheid van 100 kilometer per uur, met 27 kilometer heeft overschreden.
3.3. Blijkens de gedingstukken is de gedraging geconstateerd met behulp van een radarsnelheidscontrolemeter en is deze vastgelegd op enige foto's. Op deze foto's kan worden waargenomen, dat de gedraging is verricht met het motorrijtuig met het kenteken [kenteken].
3.4. De betrokkene voert in zijn hoger beroepschrift het volgende aan: "Op de foto van de snelheidsovertreding staat een sticker afgebeeld, deze sticker heb ik niet op mijn auto. Verder is gebleken dat op een betrekkelijk makkelijke manier mogelijk is fraude te plegen met kenteken platen, met het opleggen van letters en cijfers. En dat deze op eenvoudige wijze worden gekopieerd." De betrokkene heeft bij zijn hoger beroepschrift een foto van zijn auto met het kenteken [kenteken] gevoegd.
3.5. In de regel mag de rechter het ervoor houden dat het motorrijtuig (met het kenteken zoals dat blijkens de stukken door de politie is waargenomen) waarmee de gedraging is verricht hetzelfde motorrijtuig is als dat waarvan het kenteken staat geregistreerd in het kentekenregister. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat een nader - eventueel aan de politie op te dragen - onderzoek moet worden ingesteld ter beantwoording van de vraag of bedoelde waarneming juist is en zo ja of het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht het juiste kenteken voerde. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien - zoals te dezen is geschied - door de betrokkene concrete feiten en omstandigheden worden aangevoerd waaruit kan volgen dat het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht een ander is dan dat waarvan het kenteken ten name van de betrokkene staat geregistreerd in het kentekenregister. Als een zodanige omstandigheid kan -anders dan de betrokkene wil - enkel de NL-sticker op de achterzijde van de auto, ten tijde van het fotograferen van die auto, niet gelden.
3.6. Nu de betrokkene op kenteken is bekeurd en hij niet bestrijdt dat hij eigenaar is van een motorrijtuig van het merk Toyota met voormeld kenteken en er ook overigens door de betrokkene met betrekking tot het vermoeden dat er sprake is van kentekenfraude geen concrete feiten en omstandigheden zijn aangevoerd waaruit kan volgen dat het voertuig waarmee de gedraging is begaan een ander is dan dat waarvan het kenteken ten name van betrokkene staat geregistreerd in het kentekenregister, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht met het voertuig waarvan het kenteken op zijn naam is geregistreerd.
3.7. Uit het vorenoverwogene volgt dat het beroep van betrokkene ongegrond is en de beslissing van de kantonrechter dient te worden bevestigd. Gelet hierop zal het hof het verzoek van de betrokkene tot het terugstorten van het bedrag ad
€Euro 104,- afwijzen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek van de betrokkene tot het terugstorten van het bedrag van €Euro 104,- af.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.