ECLI:NL:GHLEE:2003:AL7264
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Hiemstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-stellen zekerheid bij administratieve sanctie
Betrokkene was in verzet gegaan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel opgelegd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het hof stelde betrokkene in de gelegenheid zekerheid te stellen voor het nog verschuldigde bedrag en griffierecht te betalen, maar betrokkene voldeed hier niet aan.
Betrokkene voerde aan dat het verlangen van zekerheidstelling in strijd was met het EVRM, met name de onschuldpresumptie en het recht op toegang tot de rechter. Het hof overwoog dat de zekerheidstelling niet ziet op de beoordeling van de sanctie zelf, maar op de tenuitvoerlegging ervan, en dat het bedrag van €70 geen ontoelaatbare belemmering vormt voor toegang tot de rechter.
Verder stelde betrokkene dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat in strafzaken geen zekerheid werd gevraagd. Het hof oordeelde dat zekerheidstelling is gebaseerd op een algemene wettelijke bepaling en dat het eigen karakter van de WAHV dit onderscheid rechtvaardigt. Verrekening van zekerheidstelling met vorderingen of restituties uit andere zaken is niet toegestaan.
Omdat betrokkene niet aan de verplichtingen tot zekerheidstelling en betaling van griffierecht voldeed, kon hij niet in hoger beroep worden ontvangen. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet stellen van zekerheid en het niet betalen van griffierecht.