ECLI:NL:GHLEE:2003:AL7311

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00399
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Poelman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WAHVArt. 14 WAHVArt. 11 lid 3 WAHVArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie WAHV

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen een administratieve sanctie ongegrond verklaarde. De opgelegde sanctie bedroeg €40, wat onder de drempel van €70 ligt voor ontvankelijkheid in hoger beroep volgens artikel 14 WAHV Pro.

De betrokkene voerde aan dat de uitspraak van de kantonrechter niet in het openbaar was gedaan, wat volgens artikel 13, tweede lid, WAHV niet is toegestaan. Het hof oordeelde dat het voorschrift omtrent openbaarheid van de uitspraak essentieel is voor een goede rechtspleging en dat niet-naleving leidt tot nietigheid. Echter, de kantonrechter had vermeld dat de uitspraak in het openbaar was gedaan, en de betrokkene betwistte deze vermelding zonder dat het hof nader onderzoek deed.

Het hof stelde dat alleen bij een schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging die een oneerlijke behandeling tot gevolg heeft, het appelverbod doorbroken kan worden. Nu de behandeling wel openbaar was en de betrokkene de beslissing ontving, was er geen sprake van een schending van het recht op een eerlijk proces. Daarom werd het beroep verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid omdat de sanctie lager is dan €70 en de uitspraak van de kantonrechter rechtsgeldig openbaar is gedaan.

Uitspraak

WAHV 03/00399
19 september 2003
CJIB 49050329305
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam
van 24 januari 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
voor wie als gemachtigde optreedt mr.drs. M.J.G. Schroeder, wonende te Rotterdam.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 5 september 2003. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen de heer Vlietstra. Na de zitting heeft het hof de zaak verwezen naar de meervoudige kamer.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro€ 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € Euro 40,--. Op grond van het bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
3.2. Namens de betrokkene is aangevoerd, dat hij desondanks in het hoger beroep dient te worden ontvangen, omdat de uitspraak van de kantonrechter in strijd met het bepaalde in art. 13 , tweede lid, WAHV niet in het openbaar is uitgesproken.
3.3. Het hof heeft in bestendige rechtspraak beslist, dat het voorschrift met betrekking tot de openbaarheid van de uitspraak voor een goede rechtspleging van zo wezenlijke betekenis is dat de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van de betreffende beslissing. De beslissing van de kantonrechter houdt in, dat deze is uitgesproken ter openbare terechtzitting. Door de gemachtigde van de betrokkene wordt gemotiveerd bestreden, dat de vermelding in de beslissing juist is. Hij heeft daarom verzocht de kantonrechter als getuige te horen. Op grond van het navolgende zal het hof geen nader onderzoek (doen) verrichten naar de vraag of de uitspraak daadwerkelijk in het openbaar is gedaan.
3.4. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid , WAHV gewettigd is.
3.5. In aanmerking nemende, dat niet is bestreden dat de behandeling van de zaak in het openbaar heeft plaatsgevonden, en voorts, dat de gemachtigde van de betrokkene de beslissing is toegezonden is naar het oordeel van het hof geen sprake van een zodanige schending van de in art. 6, eerste lid, EVRM vermelde waarborgen voor een eerlijk proces, dat ten aanzien van de betrokkene zou moeten worden geconcludeerd, dat de behandeling niet eerlijk en onpartijdig is geweest. Voor een doorbreking van het appelverbod is derhalve geen plaats.
3.6. Voor een vergoeding van proceskosten is geen aanleiding.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van Meester als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.